Resultaatvergelijking
Zoals blijkt uit de geconsolideerde staat van Baten en Lasten bedraagt het netto resultaat over 2023 K€ -670 (2022: K€ -1.141). Teneinde inzicht te geven in de ontwikkeling van het resultaat volgt hierna een overzicht gebaseerd op de staat van Baten en Lasten over 2023 met ter vergelijking de begroting en de staat van Baten en Lasten over 2022.
De baten en lasten zijn hierbij uitgedrukt in euro's, afgerond in duizenden.
| 2023 | Budget 2023 | 2022 | Verschil met budget | Verschil in% | |||||||
| Rijksbijdragen | 78.567 | 73.860 | 74.357 | 4.707 | 6,4% | ||||||
| Overige overheidsbijdragen en subsidies | 1.000 | 571 | 701 | 430 | 75,3% | ||||||
| College -en cursusgelden | 8.209 | 7.988 | 5.799 | 221 | 2,8% | ||||||
| Opbrengst Werk i.o.v. Derden | 1.260 | 985 | 1.033 | 274 | 27,8% | ||||||
| Overige baten | 1.927 | 1.766 | 4.997 | 161 | 9,1% | ||||||
| Totaal baten | 90.964 | 85.170 | 86.887 | 5.794 | 6,8% | ||||||
| Personeelskosten | 70.389 | 63.680 | 64.129 | 6.710 | 10,5% | ||||||
| Afschrijvingen | 5.283 | 5.372 | 5.459 | -89 | -1,7% | ||||||
| Overige waardever. in immat. -en mat. vaste activa | 0 | 0 | 2.497 | 0 | 0,0% | ||||||
| Huisvesting | 5.545 | 4.892 | 4.535 | 652 | 13,3% | ||||||
| Overige lasten | 11.561 | 12.426 | 11.200 | -865 | -7,0% | ||||||
| Totaal lasten | 92.777 | 86.370 | 87.818 | 6.408 | 7,4% | ||||||
| Saldo Baten en Lasten | -1.814 | -1.200 | -932 | -614 | |||||||
| Opbrengsten effecten en vorderingen die behoren tot vaste activa | 26 | 0 | 19 | 26 | |||||||
| Financiële baten & lasten | 1.052 | -30 | -39 | 1.082 | |||||||
| Waardeverandering vordering vaste activa | 65 | 0 | -190 | 65 | |||||||
| Resultaat voor belasting | -670 | -1.229 | -1.141 | 559 | |||||||
| Belastingen resultaat | 0 | 0 | 0 | 0 | |||||||
| Netto resultaat | -670 | -1.229 | -1.141 | 559 |
Toelichting bedrijfsresultaat (cijfermatig)
| Bedrijfsresultaat gunstiger door: | T.o.v. 2022 | T.o.v. Budget | ||||||||
| Hogere rijksbijdragen | 4.210 | 4.707 | ||||||||
| Hogere overheidsbijdragen en subsidies | 300 | 430 | ||||||||
| Hogere college -en cursusgelden | 2.410 | 221 | ||||||||
| Hogere opbrengst uit werk i.o.v. derden | 227 | 274 | ||||||||
| Hogere overige baten | 0 | 161 | ||||||||
| Lagere afschrijvingen | 176 | 89 | ||||||||
| Lagere overige waardever. in immat. -en mat. vaste activa | 2.497 | 0 | ||||||||
| Lagere overige lasten | 0 | 865 | ||||||||
| Hoger saldo financiële baten en lasten | 1.353 | 1.173 | ||||||||
| 11.173 | 7.921 | |||||||||
| Bedrijfsresultaat ongunstiger door: | T.o.v. 2022 | T.o.v. Budget | ||||||||
| Lagere overige baten | 3.070 | 0 | ||||||||
| Hogere personeelskosten | 6.261 | 6.710 | ||||||||
| Hogere huisvesting | 1.010 | 652 | ||||||||
| Hogere overige lasten | 361 | 0 | ||||||||
| 10.702 | 7.362 | |||||||||
| Hoger bedrijfsresultaat | 471 | 559 | ||||||||
Toelichting
De stijging van de rijksbijdrage 2023 t.o.v. het budget én de Rijksbijdrage 2022 komt met name door de loon- en prijscompensatie en in mindere mate door de voorzetting van de bestedingen in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO).
De inkomsten op de Baten werk i.o.v. Derden en de Overige Overheidsbijdragen en -subsidies zijn ten opzichte van 2022 en het budget hoger; een gevolg van de toegenomen ontplooiing op het gebied van (gesubsidieerd) onderzoek en private activiteiten.
Door een samenloop van bijzondere omstandigheden in 2022 wordt een omgekeerd effect zichtbaar ten opzichte van 2023. De collegegelden zijn in 2023 2.410 K€ hoger omdat in 2022 in het kader van de NPO compensatie een incidentele verlaging over 8 maanden van het collegegeld was geweest. Ook was er dat jaar een (ver)bouwtraject niet voortgezet en was één pand verkocht waardoor de kosten op de waardevermindering materiele vaste activa (2.497 K€) als ook de overige baten (3.070 K€) lager zijn in 2023.
Het hogere saldo op de financiële baten en lasten is het gevolg van de gestegen rente waardoor de rentebaten toe zijn genomen ten opzichte van 2022 en het budget.
De personeelskosten 2023 zijn 6.710 K€ toegenomen t.o.v. het budget en 6.261 K€ t.o.v. 2022. Het grootste deel wordt ingenomen door de stijging van de loonkosten in het kader van CAO-afspraken en premiestijging. Ook werd, als gevolg van de gespannen arbeidsmarkt, vacatures vaker tijdelijk door externen ingevuld wat tot meerkosten heeft geleid.
De huisvestingslasten zijn hoger door de stijgende energieprijzen en doorgevoerde prijsindexaties op onder andere schoonmaakkosten.
De overige lasten zijn 865 K€ lager dan de begroting en 361 K€ hoger in vergelijking met 2022. Ten opzichte van de begroting kunnen de lagere kosten verklaard worden doordat kosten voor nieuwe activiteiten vaak worden begroot op overige lasten, terwijl de realisatie laat zien dat de lasten worden gemaakt via bijvoorbeeld inzet door personeel. Daarnaast was er in 2022, door de verkoop van het pand, een desinvestering die in 2023 niet heeft plaatsgevonden. De kosten zijn hoger ten opzichte van 2022 door met name hogere lasten op licentiekosten.