Continuïteitsparagraaf 2025
| (Bedragen x € 1.000) | |||||||||||||
| Kengetallen | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |||||||
| Aantal studenten | 3.389 | 3.378 | 3.310 | 3.348 | 3.354 | 3.343 | |||||||
| Bekostigd aantal studenten | 2.367 | 2.362 | 2.317 | 2.337 | 2.342 | 2.340 | |||||||
| Bekostigd aantal diploma's | 605 | 613 | 677 | 684 | 688 | 694 | |||||||
| Onderwijsvraag | 2.972 | 2.975 | 2.994 | 3.021 | 3.030 | 3.034 | |||||||
| Aantal fte personeel primair proces | 263,0 | 263,0 | 251,2 | 249,3 | 247,5 | 249,1 | |||||||
| Aantal fte bestuur (directie)/management | 99,0 | 99,0 | 98,0 | 97,0 | 96,0 | 95,0 | |||||||
| Aantal fte ondersteunend personeel | 268,0 | 267,9 | 256,0 | 254,0 | 252,3 | 253,8 | |||||||
| Totaal aantal fte's | 630,0 | 629,9 | 605,2 | 600,3 | 595,8 | 597,9 | |||||||
| Staat van Baten en Lasten | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |||||||
| Rijksbijdrage | 84.801 | 84.463 | 83.110 | 82.835 | 82.654 | 82.565 | |||||||
| Overige overheidsbijdragen en subsidies | 1.652 | 1.193 | 726 | 179 | 140 | 55 | |||||||
| College -en cursusgelden | 10.182 | 10.630 | 10.846 | 10.879 | 10.864 | 10.888 | |||||||
| Baten i.o.v. Derden | 1.497 | 1.374 | 1.398 | 1.353 | 1.353 | 1.361 | |||||||
| Overige baten | 1.752 | 1.603 | 1.389 | 1.371 | 1.406 | 1.369 | |||||||
| Totaal baten | 99.884 | 99.263 | 97.469 | 96.617 | 96.417 | 96.238 | |||||||
| Personeelslasten | 79.343 | 77.571 | 74.800 | 73.813 | 73.255 | 73.122 | |||||||
| Afschrijvingen | 5.555 | 5.815 | 5.737 | 5.816 | 5.706 | 5.558 | |||||||
| Huisvestingslasten | 6.063 | 5.647 | 5.663 | 5.688 | 5.683 | 5.683 | |||||||
| Overige lasten | 11.485 | 12.411 | 12.709 | 12.019 | 11.959 | 11.846 | |||||||
| Totaal lasten | 102.446 | 101.444 | 98.909 | 97.336 | 96.603 | 96.209 | |||||||
| Saldo Baten en Lasten | -2.562 | -2.181 | -1.440 | -719 | -186 | 29 | |||||||
| Opbrengsten effecten en vorderingen die behoren tot vaste activa | 29 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |||||||
| Financiële baten en lasten | 707 | 215 | 218 | 218 | 218 | 218 | |||||||
| Waardeverandering vordering vaste activa | 20 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | |||||||
| 757 | 215 | 218 | 218 | 218 | 218 | ||||||||
| Resultaat voor belastingen | -1.805 | -1.966 | -1.222 | -501 | 32 | 247 | |||||||
| Balans per 31-12 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |||||||
| Activa | |||||||||||||
| Immateriële vaste activa | 391 | 341 | 291 | 241 | 191 | 141 | |||||||
| Materiële vaste activa | 71.394 | 72.889 | 71.981 | 67.784 | 63.620 | 67.110 | |||||||
| Financiële vaste activa | 1.270 | 1.270 | 1.270 | 1.270 | 1.270 | 1.270 | |||||||
| Totaal vaste activa | 73.055 | 74.500 | 73.542 | 69.295 | 65.081 | 68.521 | |||||||
| Vorderingen en overlopende activa | 1.683 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | 2.000 | |||||||
| Liquide middelen | 29.590 | 25.472 | 25.259 | 29.054 | 33.350 | 30.157 | |||||||
| Totaal vlottende activa | 31.273 | 27.472 | 27.259 | 31.054 | 35.350 | 32.157 | |||||||
| Totaal activa | 104.328 | 101.972 | 100.801 | 100.349 | 100.431 | 100.678 | |||||||
| Passiva | |||||||||||||
| Algemene reserve | 9.182 | 5.806 | 4.992 | 8.211 | 11.943 | 8.880 | |||||||
| Bestemmingsreserves | 72.746 | 74.195 | 73.818 | 70.127 | 66.457 | 69.797 | |||||||
| Overige reserves en fondsen | 3.230 | 3.221 | 3.191 | 3.161 | 3.131 | 3.101 | |||||||
| Eigen vermogen | 85.158 | 83.222 | 82.001 | 81.499 | 81.531 | 81.778 | |||||||
| Voorzieningen | 2.724 | 2.750 | 2.800 | 2.850 | 2.900 | 2.900 | |||||||
| Kortlopende schulden | 16.446 | 16.000 | 16.000 | 16.000 | 16.000 | 16.000 | |||||||
| Totaal passiva | 104.328 | 101.972 | 100.801 | 100.349 | 100.431 | 100.678 | |||||||
| Signaleringswaarde eigen vermogen (OCW) | 97.944 | 99.842 | 98.569 | 93.062 | 87.628 | 92.165 | |||||||
| Overschrijding (+) / onderschrijding (-) | -16.007 | -19.841 | -19.759 | -14.724 | -9.228 | -13.488 | |||||||
Toelichting Continuïteitsparagraaf 2025
Bezuinigingen vanuit de rijksoverheid
In 2024 werd de onderwijssector door het kabinet-Schoof geconfronteerd met een bezuiniging van ruim € 2 miljard vanaf 2026. Na een intensieve lobby van hogescholen en universiteiten werd dat bedrag met M€ 700 verlaagd, waarna uiteindelijk een bezuiniging resteerde van € 1,5 miljard. De coalitiepartijen van het kabinet-Jetten zijn overeengekomen deze bezuiniging geheel terug te draaien. Het is echter nog niet duidelijk hoe en wanneer het kabinet dit wil realiseren en of de terugdraaiing een-op-een samenvalt met de eerder voorgenomen bezuinigingen. In de voorjaarsnota 2026, waarmee de Tweede Kamer heeft ingestemd, is de terugdraaiing van de bezuiniging van € 1,5 miljard nog niet verwerkt. Dat betekent dat een eventuele verhoging van de onderwijsbegroting pas vanaf 2027 in de cijfers van OCW zichtbaar wordt.
In de voorjaarsnota 2026 is voor het hoger onderwijs de volledige looncompensatie voor 2026 opgenomen. Na eerdere berichtgeving dat de compensatie zou komen te vervallen is dit goed nieuws, al blijft het voorlopig onzeker of de looncompensatie na 2026 behouden blijft. De prijsbijstelling wordt in 2026 niet volledig uitgekeerd door het ministerie, hetgeen een bezuiniging betekent. Gezien de inflatie, die door de geopolitieke onrust weer lijkt toe te nemen, komen onze budgetten hierdoor extra onder druk te staan.
De referentieramingen van de studentenaantallen, die bij de voorjaarsnota zijn gepubliceerd, zijn hoger dan eerder ingeschat. Toch blijft het een feit dat de studentenaantallen in het hoger onderwijs de komende jaren verder zullen dalen. We houden daarom rekening met een terugloop in het macrobudget in de komende jaren en daarmee met een dalende rijksbijdrage, ondanks onze verwachting dat de onderwijsvraag van de AHK op niveau blijft (zie de paragraaf hierna).
Al met al houden wij in onze meerjarenprognose door deze ontwikkelingen rekening met een terugloop in de bekostiging, oplopend van K€ 350 in 2026 tot ruim M€ 2,2 in 2029 en 2030.
Stabiele onderwijsvraag
Hoewel de totale aantallen studenten in het hoger onderwijs zullen dalen, verwachten wij dat de onderwijsvraag van de AHK op peil blijft. Nog altijd is er (veel) meer interesse voor onze opleidingen dan er plekken te vergeven zijn. Bij het merendeel van de opleidingen voorzien we dan ook een stabiele instroom. Enkele opleidingen kennen enige fluctuaties in de instroom van nieuwe studenten. Bij deze opleidingen proberen we de studentenaantallen op peil te houden door gerichte werving.
Met de aankondiging van de Wet internationalisering in balans (WIB) leek de internationale instroom van de AHK onder druk te komen. Gezien de sterke internationale oriëntatie van de kunstensector heeft de AHK relatief veel internationale studenten, al gaat het gezien de kleinschaligheid van de opleidingen daarbij om kleine nominale aantallen. Een daling van het aantal internationale studenten, met name die van buiten de EER, zou een daling van de inkomsten uit instellingscollegegelden met zich mee kunnen brengen. Wij vinden de internationale en interculturele dimensies binnen onze hogeschool echter van grote toegevoegde waarde voor onze leeromgeving. Zowel Nederlandse als internationale studenten doen hiermee onmisbare interculturele competenties op. Vanuit dat oogpunt hebben wij ons richting de politiek ingezet voor het toegankelijk houden van het Nederlandse kunstonderwijs voor internationale studenten.
Inmiddels is de WIB op het punt van toelating van internationale studenten tot het Nederlandse hoger onderwijs afgezwakt, al denkt het kabinet-Jetten met betrekking tot dit onderwerp na over een ‘gerichte talentstrategie’. Welke vorm deze zal aannemen is vooralsnog niet duidelijk. Gezien de afzwakking van de WIB gaan wij ervan uit dat we ons huidige beleid op het gebied van internationale studenten kunnen continueren en dat de onderwijsvraag en de inkomsten uit collegegelden daarmee gelijk kunnen blijven.
Instellingscollegegelden (regulier en niet-EER)
In 2023 hebben we besloten de instellingstarieven (van toepassing op niet-EER-studenten en studenten die zich inschrijven voor een tweede bachelor of tweede master) extra te verhogen met ingang van studiejaar 2024-2025. Over een periode van vier jaar zullen de tarieven stapsgewijs omhoog gaan tot een bedrag van minimaal € 10.000. In studiejaar 2026-2027 zullen de instellingscollegegelden van de eerste opleidingen de grens van € 10.000 passeren. In de afgelopen jaren hebben we gezien dat de verhoging van deze collegegelden nauwelijks tot uitval leidt, wellicht mede omdat de AHK in vergelijking met andere kunsthogescholen nog een lager instellingstarief hanteert. Voor de komende jaren verwachten wij dan ook een lichte stijging van de baten uit collegegelden, die deels veroorzaakt worden door de indexatie van de wettelijke collegegelden en voor een klein deel uit de stijging van de instellingstarieven.
AHK in Balans
Door de verwachte daling van het macrobudget, de vermindering (of het volledig wegvallen) van de prijsbijstelling en enkele negatieve effecten ten aanzien van overige overheidsbijdragen en subsidies voorzien wij in de periode tot en met 2030 een gestage daling van de totale baten, oplopend tot M€ 3,7 ten opzichte van 2025. Met een negatief saldo baten en lasten in 2025 van ruim M€ 1,8, voorziene inflatie die niet wordt gecompenseerd door de prijsbestelling en niet rekening houdend met een eventueel dempend effect van positieve rentebaten, betekent dit dat wij tot aan 2030 structureel ca. M€ 6,4 moeten bezuinigen om weer positieve cijfers te schrijven.
Om dit bereiken is de AHK in 2025 gestart met het besparings- en efficiencyprogramma programma AHK in Balans. Hierin onderzoeken we op basis van welke ontwerpcriteria we de ondersteunende organisatie kunnen inrichten en hoe we hierin tot synergie kunnen komen terwijl we tegelijkertijd de hoge kwaliteit van ons onderwijs en onderzoek behouden. Onderdeel hiervan is een onderzoek naar efficiencyslagen die in de organisatie te behalen zijn. Door betere strategische personeelsplanning, efficiëntere werkwijzen en bundeling van kennis willen we de hogeschool organisatorisch beter in balans brengen en komen tot een situatie waarin we met iets minder fte dezelfde kwaliteit in onderwijs, onderzoek en bedrijfsvoering kunnen leveren. In 2026 zullen we nader bepalen hoe we deze doelstelling willen behalen. Daarnaast kijken we ook hoe we door onder meer efficiënter ruimtegebruik en verdere verduurzaming onze huisvestingslasten kunnen verminderen zonder concessies te hoeven doen aan de kwaliteit van onze primaire processen. Ook hiervoor worden in 2026 scenario’s uitgewerkt.
In 2026 maken we een start met deze bezuiniging met een generieke besparingsopdracht aan alle organisatieonderdelen van 2% van hun eigen begroting. In navolgende jaren zullen scherpere keuzes gemaakt moeten worden om tot de totale beoogde besparing van M€ 6,4 te komen. De AHK heeft in eerdere jaren altijd een behoudend financieel beleid gevoerd, waardoor de hogeschool er financieel nog gezond voor staat. Onze vermogenspositie geeft ons de ruimte de transitie te maken die we met het programma AHK in Balans voor ogen hebben.
Uitvoeringsagenda Strategisch plan 2024-2029
Met het oog op AHK in Balans hebben we onze ambities met betrekking tot de uitvoeringsagenda van het Strategisch plan 2024-2029 bijgesteld. Zoals aangegeven in de Terugblik op de bestuurlijke agenda hebben we in 2025 in dit proces een pas op de plaats gemaakt met het oog op de besparingsopgave waarvoor de AHK zich gesteld ziet. De uitvoeringsagenda zal vanaf 2026 binnen het programma AHK in Balans worden opgepakt en uitgevoerd. Uitgangspunt is dat we willen blijven innoveren in onderwijs en onderzoek en dat we de hoge kwaliteit daarvan willen handhaven. Dat betekent dat we naast het realiseren van een structurele besparing zullen blijven investeren vanuit de hiertoe in het verleden opgebouwde reserves. Uiteraard gebeurt dit op een manier die past bij een organisatie die moet bezuinigen, zonder dat investeringen toekomstige structurele besparingen verhinderen, en met aandacht voor de werkdruk die dit met zich meebrengt.
Ontwikkeling Centre for Teaching and Learning
Om de activiteiten van de AHK op het gebied van docentprofessionalisering te bundelen en te intensiveren, ontwikkelen wij een Centre for Teaching and Learning. In 2025 is hiervoor door Npuls een subsidie ad K€ 500 toegekend, die in de hier gepresenteerde meerjarenbegroting is verwerkt. De subsidieperiode loopt van september 2025 t/m augustus 2028. Aanvullend op de subsidie van Npuls investeert de AHK vanuit eigen middelen in de ontwikkeling van het CTL. Meer informatie over de ontwikkeling van het CTL is te vinden in de Terugblik op de bestuurlijke agenda.
Curriculumvernieuwingen
Verschillende academies zijn momenteel bezig met het implementeren van een vernieuwd curriculum. Bij het Conservatorium van Amsterdam staat daarbij een vereenvoudiging van het complexe curriculum centraal. Deze moet zowel de inhoudelijke aansluiting van modules als de synergie en efficiency ten goede komen, waardoor ook de kosten kunnen dalen.
De Nederlandse Filmacademie transformeert het onderwijs van een curriculum dat de professionele praktijk in de filmindustrie weerspiegelt naar een curriculum dat het leerproces explicieter centraal stelt en ruimte creëert voor experimenten, reflectie en alternatieve werkwijzen. Daarbij moet het curriculum ook flexibeler worden, waardoor de Filmacademie het onderwijs kostenefficiënter kan aanbieden.
Het uitgangspunt voor curriculumvernieuwingen is dat academies de kosten hiervan dragen in de eigen begroting. Daar waar aanvullende financiële middelen noodzakelijk zijn, kan een academie bij het college van bestuur een verzoek indienen voor financiële ondersteuning.
Liquiditeit
In de meerjarenprognose 2027-2030 blijft de liquiditeit ruim boven de M€ 20. De door de AHK gehanteerde kritische grens in de liquiditeit is gebaseerd op drie maanden betaling van de salarissen en ligt op circa M€ 10. Wij verwachten daar meerjarig ruimschoots boven te blijven. De investeringen die in het kader van AHK in Balans en de uitvoeringsagenda in 2026 en 2027 gedaan worden, zijn kortstondig van enige invloed op de liquiditeit. Omdat deze in die jaren nog altijd tweeënhalf keer hoger is dan de kritische ondergrens, verwachten wij ook hier geen problemen met de liquiditeit en solvabiliteit.
Signaleringswaarde publiek eigen vermogen
De Inspectie van het Onderwijs heeft, in opdracht van OCW, voorstellen gedaan rond de beheersing van hoge financiële reserves van onderwijsinstellingen. De minister van OCW heeft op basis daarvan regelgeving opgesteld die voorziet in het toepassen van signaleringswaarden. Als een instelling een publieke financiële reserve heeft die boven de signaleringswaarde voor die instelling uitkomt, dan volgt er een gesprek met de inspectie. Voor de AHK betekent dit het volgende:
De signaleringswaarde wordt berekend op basis van het bepalen van de herbouwwaarde van de gebouwen (inclusief onderhanden werk), dit is de helft van de aanschafwaarde + de prijsindex op onderwijsgebouwen van de laatste 15 jaar van 27%, de resterende activa die op boekwaarde kan worden vastgesteld en daarbovenop een risicobuffer van 5% van de publieke baten om dagelijkse fluctuaties in het beslag op de middelen te kunnen opvangen.
Voor de AHK ligt deze signaleringswaarde in 2025 op K€ 97.946, waardoor het publiek eigen vermogen ad. K€ 81.937 deze onderschrijdt. Ook in de komende jaren verwachten wij ruim onder de signaleringswaarde van het ministerie te blijven.
Begroting 2026
Begroting 2026
| (bedragen x € 1.000) | |
| 2026 | |
| Rijksbijdrage | 84.463 |
| Overige overheidsbijdragen en subsidies | 1.193 |
| College -en cursusgelden | 10.630 |
| Baten i.o.v. Derden | 1.374 |
| Overige baten | 1.603 |
| Totaal baten | 99.263 |
| Personeelslasten | 77.571 |
| Afschrijvingen | 5.815 |
| Huisvestingslasten | 5.647 |
| Overige lasten | 12.411 |
| Totaal lasten | 101.444 |
| Saldo Baten en Lasten | -2.181 |
| Totaal financiële baten en lasten | 215 |
| Resultaat | -1.966 |

Financiële positie
In het navolgende hebben wij een analyse van de financiële positie van de AHK gemaakt. Opgemerkt dient te worden dat de omvang van balansposten in de loop van een jaar kan fluctueren en dat de waarde per balansdatum aanmerkelijk kan afwijken van een willekeurige andere in het verslagjaar gekozen datum. Kengetallen kunnen hierdoor zijn beïnvloed.
Onderstaand volgt een samenvatting van de balans per 31 december 2025 en per 31 december 2024.
| 31 dec 2025 | 31 dec 2024 | ||||||||
| Activa | |||||||||
| Immateriële vaste activa | 391 | 0,4% | 300 | 0,3% | |||||
| Materiële vaste activa | 71.394 | 68,4% | 70.458 | 67,0% | |||||
| Financiële vaste activa | 1.270 | 1,2% | 1.234 | 1,2% | |||||
| Vorderingen en overlopende activa | 1.683 | 1,6% | 2.101 | 2,0% | |||||
| Liquide middelen | 29.590 | 28,4% | 30.993 | 29,5% | |||||
| 104.328 | 100,0% | 105.086 | 100,0% | ||||||
| Passiva | |||||||||
| Eigen vermogen | 85.158 | 81,6% | 86.963 | 82,8% | |||||
| Voorzieningen | 2.724 | 2,6% | 2.523 | 2,4% | |||||
| Kortlopende schulden | 16.446 | 15,8% | 15.600 | 14,8% | |||||
| 104.328 | 100,0% | 105.086 | 100,0% | ||||||
Werkkapitaal
Op basis van de voorgaande balans kan een opstelling worden opgegeven van het werkkapitaal.
Onder werkkapitaal wordt verstaan het geheel van vlottende activa verminderd met de kortlopende schulden.
De omvang van het werkkapitaal geeft informatie over de liquiditeitspositie van de onderneming.
| 31 dec 2025 | 31 dec 2024 | verschil | |||||
| Vorderingen en overlopende activa | 1.683 | 2.101 | -418 | ||||
| Liquide middelen | 29.590 | 30.993 | -1.403 | ||||
| 31.273 | 33.094 | -1.821 | |||||
| Af: Kortlopende schulden | -16.446 | -15.600 | -846 | ||||
| Netto werkkapitaal | 14.827 | 17.494 | -2.667 |
Solvabiliteit
Uit de solvabiliteit - de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen dan wel de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen blijkt het weerstandsvermogen van de stichting. De solvabiliteit wordt gebruikt om inzicht te krijgen in de financiële gezondheid van een onderneming op de langere termijn.
De solvabiliteit wordt als volgt berekend: (eigen vermogen / totaal vermogen) x 100%. Hoe hoger de solvabiliteit hoe beter, maar een solvabiliteit boven de 25% wordt als gezond beschouwd.
| 2025 | 2024 | |||||
| Solvabiliteit | 81,62% | 82,75% |
Liquiditeit
Uit de liquiditeit, zijnde de verhouding tussen vlottende activa en de kortlopende schulden, blijkt in hoeverre een onderneming aan haar financiële verplichtingen op korte termijn (tot maximaal een jaar) kan voldoen.
De current ratio is een kengetal om de liquiditeit van een organisatie te meten. De current ratio wordt als volgt berekend: (vlottende activa + liquide middelen) / kort vreemd vermogen. Een current ratio van 2 is goed.
Een current ratio van 2 of hoger geeft aan dat de organisatie op de balansdatum ruim in staat is om haar kortlopende verplichtingen (binnen 1 jaar) te voldoen met de beschikbare vlottende activa.
| Current ratio | 2025 | 2024 | ||||
| (vorderingen, effecten en liquide middelen) / kortlopende schulden | 1,90 | 2,12 | ||||
| Absolute omvang liquide middelen | 29.590 | 30.993 |
Overzicht verantwoording declaraties en bestuurskosten College van Bestuur 2025
Hieronder zijn de bedragen opgenomen van uitgaven door de leden van het College van Bestuur.
Er is hiervoor gebruik gemaakt van het door de Vereniging Hogescholen aanbevolen format, gebaseerd op het model van het Ministerie van Binnenlandse Zaken.
| A. Lekkerkerker | C. Visser | D. van Traa | Gezamenlijk | Totaal | |||
| Bedragen in euro's | |||||||
| Representatiekosten | 591 | 81 | 672 | ||||
| Reis -en verblijfkosten binnenland | 1.789 | 2 | 783 | 2.573 | |||
| Reis -en verblijfkosten buitenland | 814 | 82 | 896 | ||||
| Overige kosten | 6.427 | 2.269 | 978 | 9.674 | |||
| Totaal | 9.620 | 2 | 3.133 | 1.059 | 13.814 |