Spring naar inhoud

Geconsolideerd

Geconsolideerde balans per 31 december 2025

(Voor resultaatbestemming)                
(Bedragen x € 1.000)        
      31 dec 2025   31 dec 2024
ACTIVA                
                 
Vaste Activa                
               
Immateriële vaste activa       391   300
       
Bedrijfsgebouwen     57.773     57.040
Terreinen     532       532  
Inventaris     8.704     9.119
Erfpacht     3.242     3.361
Vooruitbetaald op materiële vaste activa     1.144     406
Materiële vaste activa         71.394     70.458
                 
Aandeel in andere deelnemingen     123     123
Overige effecten     1.147     1.111
Financiële vaste activa         1.270     1.234
                 
Vlottende Activa                
Debiteuren     330     308
Belastingen en premies sociale verzekeringen te vorderen   20     16
Overige vorderingen     1.333     1.777
Vorderingen en overlopende activa       1.683     2.101
                 
Rekening-courant     19.582     30.981
Deposito   10.000     0
Kasgelden     10     12
Gelden onderweg   -2     0
Liquide middelen       29.590     30.993
                 
Totaal Activa       104.328   105.086
                 
      31 dec 2025   31 dec 2024
                 
PASSIVA                
                 
Groepsvermogen                
Algemene reserve     12.300       13.000
Bestemmingsreserve (publiek)   71.404     71.875
Bestemmingsreserve (privaat)     2.312     2.293
Bestemmingsfonds (privaat)   947     976
Resultaat boekjaar   -1.805     -1.181
Eigen Vermogen     85.158   86.963
                 
Personeelsvoorzieningen     2.724       2.523  
Voorzieningen       2.724   2.523
                 
Vooruitontvangen bedragen     6.147     5.784
Schulden aan leveranciers en handelskredieten   1.686     1.646
Belastingen en premies sociale verzekeringen te betalen     3.598     3.247
Schulden ter zake van pensioenen     911     819
Overige schulden     4.105     4.103
Kortlopende schulden     16.446   15.600
                 
Totaal Passiva     104.328   105.086
                 

Geconsolideerde staat van baten en lasten over 2025

(Bedragen x € 1.000)                    
                   
    2025   Budget 2025   2024
                   
                     
Rijksbijdragen   84.801       83.646   82.463    
Overige overheidsbijdragen en subsidies   1.652       640   1.222    
College -en cursusgelden   10.182       10.358   9.138    
Opbrengst Werk i.o.v. Derden   1.497       1.429   1.436    
Overige baten   1.752       1.760   1.872    
Totaal baten     99.884     97.833   96.132
                     
                     
Personeelslasten   79.343     76.971   75.197  
Afschrijvingen   5.555     5.618   5.571  
Huisvestingslasten   6.063     5.623   6.254  
Overige lasten   11.485     12.619   11.565  
Totaal lasten     102.446     100.832   98.586
                     
Saldo Baten en Lasten     -2.562     -2.999   -2.454
                     
Opbrengsten effecten en vorderingen die behoren tot vaste activa   29       0   31    
Financiële baten & lasten   707       466   1.185    
Waardeverandering vordering vaste activa   20       0   58    
        757     466     1.274
           
Netto resultaat     -1.805     -2.533   -1.181
                     

Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2025

(Bedragen x € 1.000)                      
                     
          2025   2024
                   
                       
                       
Saldo Baten en Lasten           -2.562     -2.454
Aanpassingen voor:              
Afschrijvingen (en overige waardeveranderingen)       5.555       5.571    
Mutatie voorzieningen         201       7    
              5.756       5.578
                       
Veranderingen in werkkapitaal:                      
Mutatie operationele vorderingen         418       3.126    
Mutatie operationele schulden         846       1.220    
          1.264     4.347
Kasstroom uit bedrijfsoperaties         4.458     7.470
                       
Ontvangen rentebaten en soorgelijke opbrengsten         755       1.230    
Betaalde rentelasten en soortgelijke lasten         -48       -45    
Ontvangen dividenden en opbrengsten effecten         29     31  
Waardeverandering vordering vaste activa         20       58    
          757     1.274
Kasstroom uit operationele activiteiten           5.215     8.744
             
Investeringen in immateriële vaste activa         -132     -334  
Investeringen in materiële vaste activa         -6.450     -4.047  
Investeringen in financiële vaste activa         -36     -67    
Kasstroom uit investeringsactiviteiten         -6.618     -4.448
               
Netto kasstroom             -1.403       4.296
                       
Liquide middelen                      
Liquide middelen einde boekjaar         29.590       30.993    
Liquide middelen begin boekjaar         30.993       26.696    
Toename/Afname liquide middelen           -1.403     4.296

Grondslagen van waardering en resultaatbepaling geconsolideerd

1 Algemene toelichting

1.1 Activiteiten

De stichting heeft tot doel een bijdrage te leveren aan het hoger beroepsonderwijs, in het bijzonder op het gebied van de kunsten en aanverwante gebieden en aan de ontwikkeling van beroepen waarop dit onderwijs gericht is, door: 

  • het verzorgen van hoger beroepsonderwijs en van daarmee samenhangende onderwijssoorten, alsmede van post-hoger onderwijs;
  • het verrichten van onderzoek;
  • overdracht van kennis aan de samenleving voor zover dit verband houdt met alle andere vormen van maatschappelijke dienstverlening die voor het doel bevorderlijk kunnen zijn;
  • het in stand houden en ontwikkelen van een of meer instellingen van hoger onderwijs, waaronder de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten;
  • het samenwerken met andere onderwijsinstellingen, organisaties en personen die eenzelfde of verwante doelstelling nastreven.

Deze jaarrekening heeft betrekking op het boekjaar 2025, dat loopt over de periode 1 januari 2025 tot en met 31 december 2025. De instelling Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten verzorgt hoger onderwijs op algemene grondslagen met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing.

1.2 Vestigingsadres, rechtsvorm en inschrijfnummer handelsregister

De stichting is feitelijk gevestigd op Jodenbreestraat 3, Postbus 15079, 1001 MB te Amsterdam en staat ingeschreven bij het handelsregister onder nummer 41210838.

1.3 Stelselwijzigingen

Een éénmaal gekozen stelsel wordt gehandhaafd, tenzij de wet of de RJ een stelselwijziging vereist, of indien wijziging leidt tot beter inzicht. In het huidige boekjaar is er geen sprake geweest van stelselwijzigingen.

1.4 Schattingen

Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt de leiding van de stichting zich verschillende oordelen en schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de desbetreffende jaarrekeningposten.

1.5 Consolidatie

In de consolidatie worden de financiële gegevens opgenomen van stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten samen met haar rechtspersonen waarop zij overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft. Dit zijn rechtspersonen waarin stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten direct of indirect overheersende zeggenschap kan uitoefenen, doordat zij beschikt over de meerderheid van de stemrechten of op enige andere wijze de financiële en operationele activiteiten kan beheersen. 

De rechtspersonen waarop zij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover zij de centrale leiding heeft, worden voor 100% in de consolidatie betrokken.

De in de consolidatie begrepen rechtspersonen zijn:

  • Stichting Jacques Vonk Fonds, Amsterdam
  • Stichting Musici van Morgen, Amsterdam
  • Stichting Muziek is Meer, Amsterdam
  • Nuyts’ Stichting, Amsterdam
  • Stichting Snellebrand Studiereisfonds van de Vereniging voor Voortgezet en Hoger Bouwkunstonderricht, Amsterdam
  • Willem Kromhout Stichting Steunfonds voor de Academie van Bouwkunst te Amsterdam

Intercompany‑transacties, intercompany‑winsten en onderlinge vorderingen en schulden tussen groepsmaatschappijen en andere in de consolidatie opgenomen rechtspersonen worden geëlimineerd, voor zover de resultaten niet door transacties met derden buiten de groep zijn gerealiseerd. Ongerealiseerde verliezen op intercompany‑transacties worden ook geëlimineerd tenzij er sprake is van een bijzondere waardevermindering.

Buiten de consolidatie blijven rechtspersonen, die afzonderlijk en gezamenlijk van te verwaarlozen betekenis zijn.

1.6 Verbonden partijen

Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen, worden aangemerkt als verbonden partij. Ook de statutaire directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management van de stichting en nauwe verwanten zijn verbonden partijen.

Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van inzicht.

1.7 Toelichting op het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen, met uitzondering van deposito's met een looptijd langer dan drie maanden. Kasstromen in vreemde valuta zijn omgerekend tegen een geschatte gemiddelde koers. Koersverschillen op geldmiddelen worden afzonderlijk in het kasstroomoverzicht getoond. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, ontvangen dividenden en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Betaalde dividenden zijn opgenomen onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten. De verkrijgingsprijs van de verworven groepsmaatschappij is opgenomen onder de kasstroom uit investeringsactiviteiten, voor zover betaling in geld heeft plaatsgevonden. De geldmiddelen die in de verworven groepsmaatschappij aanwezig zijn, zijn op de aankoopprijs in mindering gebracht. Transacties waarbij geen instroom of uitstroom van kasmiddelen plaatsvindt, waaronder het aangaan van een financiële lease‑overeenkomst, zijn niet in het kasstroomoverzicht opgenomen. De waarde van de gerelateerde activa en leaseverplichting zijn in de toelichting van balansposten verantwoord. De betaling van de leasetermijnen uit hoofde van het financiële leasingcontract zijn voor het gedeelte dat betrekking heeft op de aflossing als een uitgave uit financieringsactiviteiten aangemerkt en voor het gedeelte dat betrekking heeft op de interest als een uitgave uit operationele activiteiten.

2 ALGEMENE GRONDSLAGEN

2.1 Algemeen
De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de stellige uitspraken van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, die uitgegeven zijn door de Raad voor de jaarverslaggeving en in overeenstemming met de regeling jaarverslaggeving onderwijs (Rjo), RJ 660 Onderwijsinstelling en de Wet normering topinkomens (WNT)

Activa en verplichtingen worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld, vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans, en de staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht, zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting.

2.2 Vergelijking met vorig jaar
De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar, met uitzondering van de toegepaste stelsel- en schattingswijzigingen zoals opgenomen in de desbetreffende paragrafen.

2.3 Operationele leasing
Bij de stichting kunnen er leasecontracten bestaan waarbij een groot deel van de voor- en nadelen die aan de eigendom verbonden zijn, niet bij de stichting ligt. Leasebetalingen worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de staat van baten en lasten over de looptijd van het contract.

2.4 Financiële instrumenten
De stichting maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten. De stichting heeft geen financiële instrumenten die leiden tot significante renterisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s. De in de balans vermelde bedragen betreft de nominale waarde, die gelijk is aan de reële waarde.

2.5 Continuïteit van de activiteiten
De jaarrekening is opgesteld uitgaande van een continuïteitsveronderstelling. Deze is gebaseerd op het oordeel van het college van bestuur dat er geen gebeurtenissen of omstandigheden zijn die gerede twijfel kunnen doen rijzen of de stichting aan haar verplichtingen kan voldoen.

3 GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING VAN ACTIVA EN PASSIVA

3.1 Immateriële vaste activa:

3.1.1 Software en merknaam
De immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen en cumulatieve bijzondere waardeverminderingen. Om vast te stellen of er voor een immaterieel vast actief sprake is van een bijzondere waardevermindering, wordt verwezen naar de grondslag Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa. Onder deze rubriek zijn geactiveerd computersoftware, octrooien en copyrights voor zover waarschijnlijk is dat hier toekomstige economische voordelen uit voortvloeien. De afschrijving vindt plaats over de verwachte toekomstige gebruiksduur.

3.2 Materiële vaste activa:

3.2.1 Gebouwen, terreinen en erfpacht
De gebouwen, terreinen en erfpachtrechten, worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele restwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikname. De activeringsgrens is € 12.500. Indien belangrijke bestanddelen van een materieel vast actief van elkaar te onderscheiden zijn en verschillen in gebruiksduur of verwacht gebruikspatroon, worden deze bestanddelen afzonderlijk afgeschreven.

3.2.2 Materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetaling op materiële activa

Materiele vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa Materiële vaste activa in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief direct toerekenbare kosten. Op materiële vaste activa in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt niet afgeschreven.

3.2.3 Inventaris en apparatuur
Aanschaffingen van inventaris en apparatuur  worden gewaardeerd op aanschaffingswaarde, verminderd met de lineair berekende afschrijving gebaseerd op de economische levensduur, waarbij de activeringsgrens € 1.000 is. Voor de vaststelling of voor een materieel vast actief sprake is van een bijzondere waardevermindering wordt verwezen naar betreffende paragraaf.

3.3 Financiële vaste activa
Deelnemingen waarin geen invloed van betekenis op het zakelijke en financiële beleid wordt uitgeoefend, worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs. Als resultaat wordt in aanmerking genomen het in het verslagjaar gedeclareerde dividend van de deelneming, waarbij niet in contanten uitgekeerde dividenden worden gewaardeerd tegen reële waarde.

Indien sprake is van een bijzondere waardevermindering, vindt waardering plaats tegen realiseerbare waarde; afwaardering vindt plaats ten laste van de staat van baten en lasten.

De onder financiële vaste activa opgenomen overige financiële vaste activa worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde onder aftrek van transactiekosten. Vervolgens worden deze overige financiële vaste activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Bij de waardering wordt rekening gehouden met eventuele waardeverminderingen.

3.4 Bijzondere waardeverminderingen van vaste activa
De stichting beoordeelt op iedere balansdatum of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort.

Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en bedrijfswaarde. Een bijzonder‑waardeverminderingsverlies wordt direct als last verwerkt in de winst‑en‑verliesrekening onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het betreffende actief. De opbrengstwaarde wordt in eerste instantie ontleend aan een bindende verkoopovereenkomst; als die er niet is, wordt de opbrengstwaarde bepaald met behulp van de actieve markt waarbij normaliter de gangbare biedprijs geldt als marktprijs. De in aftrek te brengen kosten bij het bepalen van de opbrengstwaarde zijn gebaseerd op de geschatte kosten die rechtstreeks kunnen worden toegerekend aan de verkoop en nodig zijn om de verkoop te realiseren.

Voor de bepaling van de bedrijfswaarde wordt een inschatting gemaakt van de toekomstige netto kasstromen bij voortgezet gebruik van het actief/de kasstroom-genererende eenheid; vervolgens worden deze kasstromen contant gemaakt waarbij een disconteringsvoet wordt. De disconteringsvoet geeft geen risico's weer waarmee in de toekomstige kasstromen al rekening is gehouden. Indien wordt vastgesteld dat een bijzondere waardevermindering die in het verleden verantwoord is, niet meer bestaat of is afgenomen, dan wordt de toegenomen boekwaarde van de desbetreffende activa niet hoger gesteld dan de boekwaarde die bepaald zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn verantwoord.

Ook voor financiële instrumenten beoordeelt de vennootschap op iedere balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van een financieel actief of een groep van financiële activa. Bij objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen bepaalt de stichting de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardeverminderingen en verwerkt dit direct in de winst‑en‑verliesrekening.

Bij financiële activa die gewaardeerd zijn tegen geamortiseerde kostprijs wordt de omvang van de bijzondere waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument. Het waardeverminderingsverlies dat daarvoor opgenomen was, dient te worden teruggenomen indien de afname van de waardevermindering verband houdt met een objectieve gebeurtenis na afboeking. De terugname wordt beperkt tot maximaal het bedrag dat nodig is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs op het moment van de terugname, als geen sprake geweest zou zijn van een bijzondere waardevermindering. Het teruggenomen verlies wordt in de winst‑ en verliesrekening verwerkt.

3.5 Vorderingen en overlopende activa
De vorderingen en overlopende activa worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde, onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen. Onder de vorderingen, zijn  geen vorderingen opgenomen  met een resterende looptijd langer dan een jaar.

3.6 Liquide middelen
Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. De liquide middelen zijn opgenomen tegen nominale waarde en zijn vrij beschikbaar.

3.7 Eigen vermogen
Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve en bestemmingsreserves en/of -fondsen. Hierin is tevens een segmentatie opgenomen naar publieke en private middelen.

3.8 Algemene reserve
De algemene reserve is het vrij aanwendbare gedeelte van het eigen vermogen. Aan dit gedeelte van het eigen vermogen is noch door het College van Bestuur, noch door een derde een bestedingsbeperking verbonden.  De algemene reserve is opgebouwd uit exploitatieoverschotten.

3.9 Bestemmingsreserves
De bestemmingsreserves zijn het gedeelte van het eigen vermogen waaraan het College van Bestuur een specifieke bestemming heeft gegeven.

3.10 Voorzieningen
Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen, die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is, dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. 

De voorzieningen worden bepaald op basis van de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de contante waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen en verliezen af te wikkelen, tenzij de tijdswaarde van geld niet materieel is. Indien de tijdswaarde van geld niet materieel is, wordt de voorziening tegen nominale waarde verantwoord.

Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, dan wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen.

Er wordt gebruik gemaakt van een rekenrente oftewel marktrente. Deze markt­rente is het rekenkundig gemiddelde van de door het Data Analytics Centre van het Verbond van Verzekeraars gepubliceerde U-rendementen van de maanden van het voorafgaande kalenderjaar. Het U-rendement is het gemiddelde van de rente die de Nederlandse staat betaalt op de door haar in de afgelopen 10 jaar uitgegeven staatsleningen.

Voorziening ambtsjubilea
Op basis van Richtlijn 271 van de Raad voor de Jaarverslaggeving is een voorziening opgenomen voor verplichtingen uit hoofde van toekomstige uitkeringen bij ambtsjubilea van personeelsleden. De voorziening is opgenomen tegen de contante waarde van de toekomstige uitbetalingen en is afhankelijk van de ingeschatte blijfkans, gemiddelde salarisstijging en disconteringsvoet. De werkelijke jubilea-uitkeringen worden ten laste van deze voorziening gebracht.

Voorziening wachtgeld
Deze voorziening betreft de toekomstige uitgaven voor personeel dat in 2025 of eerder met ontslag is gegaan. De voorziening wordt berekend op basis van de contante waarde van een verwachte bijdrage aan het wachtgeld conform de geldende CAO. Voor het bovenwettelijk deel wordt hierbij uitgegaan van 26% bijdrage.

Voorziening sociaal beleid
Deze voorziening heeft betrekking op kosten in verband met de reorganisatie van activiteiten en wordt slechts gevormd indien een feitelijke of juridische verplichting is ontstaan. De hoogte van de voorziening wordt jaarlijks vastgesteld aan de hand van de verwachte ontslagvergoedingen en reorganisatiekosten.

Voorziening DI-uren
Deze voorziening heeft betrekking op kosten in verband met duurzame inzetbaarheid.

Voorziening WS-uren
Deze voorziening heeft betrekking op kosten in verband met werktijdvermindering senioren.

3.11 Kortlopende schulden
Dit betreffen schulden met een op balansdatum resterende looptijd van ten hoogste één jaar. Kortlopende schulden worden bij eerste verwerking opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde van de schuld.

4 GRONDSLAGEN VOOR HET BEPALEN VAN HET RESULTAAT

4.1 Algemeen
Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over dat jaar. De opbrengsten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd. De kosten worden toegerekend aan het jaar waarop deze betrekking hebben.

4.2 Opbrengstverantwoording
Netto-omzet omvat de opbrengsten uit levering van goederen en diensten en gerealiseerde projectopbrengsten uit hoofde van onderhanden projecten onder aftrek van kortingen en dergelijke en van over de omzet geheven belastingen. Verantwoording van opbrengsten uit de levering van diensten geschiedt naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum, in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.

4.3 Rijksbijdragen
De ontvangen (normatieve) rijksbijdrage en de niet-geoormerkte OCW-subsidies (vrij besteedbare doelsubsidies zonder verrekeningsclausule) worden in het jaar waarop de toekenningen betrekking hebben volledig verwerkt als bate in de staat van baten en lasten.

Geoormerkte OCW-subsidies met een vrij besteedbaar overschot (doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekeningsclausule heeft) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Het deel van de subsidies waar nog geen activiteiten voor is verricht per balansdatum wordt verantwoord onder de overlopende passiva.

Geoormerkte OCW-subsidies (doelsubsidies met verrekeningsclausule) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord in het jaar ten laste waarvan de gesubsidieerde lasten komen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de overlopende passiva zolang de bestedingstermijn nog niet is verlopen. Niet bestede middelen worden verantwoord onder de kortlopende schulden, zodra de bestedingstermijn is verlopen op balansdatum.

4.4 Overige overheidsbijdragen

Overige overheidsbijdragen worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten. Voor zover op balansdatum ontvangen bijdragen betrekking hebben op toekomstige perioden, worden deze verantwoord onder de overlopende passiva.

4.5 Collegegelden studenten en cursusgelden
De collegegelden studenten worden ten gunste van het resultaat verantwoord naar rato van het verstrijken van het collegejaar. De cursusresultaten uit hoofde van contractactiviteiten worden verantwoord naar rato van de looptijd van de cursus.

4.6 Opbrengst werk i.o.v. derden
Onder de baten werk in opdracht van derden staan de projectopbrengsten van de door derden beschikbaar gestelde subsidiegelden. Voor subsidieprojecten, worden de projectopbrengsten en de projectkosten verwerkt als baten en lasten in de exploitatierekening naar rato van de verrichte prestaties per balansdatum. Tussentijds gebleken verliezen worden direct in het resultaat verantwoord.  

4.7 Overige baten
De overige baten bestaan uit baten verhuur, detachering, sponsoring en overige baten. Opbrengsten uit dienstverlening geschieden naar rato van de verrichte prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum en in verhouding tot in totaal te verrichten diensten onder de voorwaarde dat het resultaat betrouwbaar kan worden geschat. De met de opbrengsten samenhangende lasten worden toegerekend aan de periode waarin de baten zijn verantwoord.

4.8 Verbonden partijen zonder invloed van betekenis
Er is een binding met ODE Energie BV, in welke de AHK een minderheidsbelang heeft van 10%. Consolidatie heeft niet plaatsgevonden.

4.9 Personeelsbeloningen
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers respectievelijk de belastingautoriteit.

4.10 Pensioenen
De stichting heeft een toegezegde-pensioenregeling. Deze regeling wordt gefinancierd door afdrachten aan de pensioenuitvoerder, te weten het bedrijfstakpensioenfonds ABP. De pensioenverplichtingen worden gewaardeerd volgens de verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering. In deze benadering wordt de aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in de staat van baten en lasten verantwoord. Ultimo 2025 (en 2024) waren er voor de stichting geen pensioenvorderingen en geen verplichtingen naast de betaling van de jaarlijkse aan de pensioenuitvoerder verschuldigde premie. Naar de stand per 31 december 2025 is de dekkingsgraad van het pensioenfonds 123,5%.

4.11 Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa
Immateriële vaste activa en materiële vaste activa worden vanaf het moment van gereedheid voor ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Over terreinen en vastgoedbeleggingen wordt niet afgeschreven. Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Boekwinsten en -verliezen uit de incidentele verkoop van immateriële en materiële vaste activa zijn begrepen onder de afschrijvingen.

4.12 Financiële baten en lasten
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de desbetreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoordde transactiekosten op de ontvangen leningen. 

4.13 Koersresultaten
Onder koersresultaten wordt verstaan het behaalde resultaat (gerealiseerd en ongerealiseerd) door de aan-, en verkoop van effecten/obligaties en de koerswaarde per balansdatum.

4.14 Belastingen over de winst of het verlies
De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de geconsolideerde winst‑en verliesrekening, rekening houdend met beschikbare, fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet‑aftrekbare kosten. Ook wordt rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

5 FINANCIËLE INSTRUMENTEN EN RISICOBEHEERSING

5.1 Valutarisico
Er wordt door de stichting geen valutarisico gelopen omdat transacties nagenoeg volledig in euro's worden verricht.

5.2 Rente- en kasstroomrisico
Er zijn geen rentedragende vorderingen en rentedragende langlopende en kortlopende schulden, waardoor er hiertoe geen renterisico's worden gelopen.

5.3 Kredietrisico
Er bestaat geen risico omdat de liquide middelen uitstaan bij de schatkist, Rabobank en Bunqbank, die minimaal een A-rating hebben.

5.4 Liquiditeitsrisico
De Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten beschikt over voldoende eigen middelen en heeft ook geen langlopende kredietfaciliteiten. Het liquiditeitsrisico is daardoor zeer klein.

Toelichting op de geconsolideerde balans per 31 december 2025

(Bedragen x € 1.000)

Immateriële vaste activa

Een overzicht van de immateriële vaste activa is onderstaand opgenomen:                          
                           
    Software/Branding                      
                           
Aanschaffingen   333                      
Cum. afschrijving   -33                      
                         
Boekwaarde begin   300                      
                           
Investeringen   132                      
Afschrijvingen   -41                      
                           
Mutaties   91                      
                           
Boekwaarde einde   391                      

Per 1 januari 2024 is de software CnVas, ten behoeve van onderwijs -en organisatorische gerelateerde toepassingen, in gebruik genomen door het Conservatorium van Amsterdam. Deze software wordt in 10 jaar afgeschreven. Per 1 oktober 2025 is tevens de nieuwe merknaam en logo van het Conservatoriom van Amsterdam in gebruik genomen en dit wordt in 7 jaar afgeschreven.

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa                  
              31 dec 2025   31 dec 2024
                   
Bedrijfsgebouwen             57.773   57.040
Terreinen             532   532
Inventaris             8.704   9.119
Erfpacht             3.242   3.361
Vooruitbetaald op materiële vaste activa             1.144   406
              71.394   70.458

Het verloop van de materiële activa is als volgt weer te geven:

    Bedrijfsgebouwen     Terreinen   Inventaris   Erfpacht   Vooruitbet. op mva   Totaal
Stand per 1 januari 2025                          
Aanschaffingen   121.625     532   30.898   5.950   406   159.411
Cum. Afschr.   -64.585     0   -21.779   -2.589   0   -88.953
               
Boekwaarde begin   57.040     532   9.119   3.361   406   70.458
                         
Mutatie van de boekwaarde                          
Investeringen   4.205         1.612       5.046   10.863
Desinv. op aanschafw.   -183         -308       -4.309   -4.800
Desinv. op afschr.wrd   183         204           387
Afschrijvingen   -3.472         -1.923   -119   0   -5.514
                         
Saldo Mutaties   733     0   -415   -119   738   936
                         
Stand per 31 december 2025                          
Aanschafprijs   125.646     532   32.202   5.950   1.144   165.473
Cum. Afschr.   -67.874     0   -23.498   -2.708   0   -94.079
                           
Boekwaarde einde   57.773     532   8.704   3.242   1.144   71.394
                           

Gebouwen en terreinen

  • Overhoeksplein 2, Amsterdam. 
  • Hortusplantsoen 1-3, Amsterdam. 
  • Waterlooplein 211-219, Amsterdam. 
  • Jodenbreestraat 3, Amsterdam. 
  • Nic. Tetterodestraat 13, Amsterdam
  • Kattenburgerstraat 5, Amsterdam
  • Markenplein 1, Amsterdam
  • Marineterrein, Amsterdam
  • Oosterdokskade 151

Investeringen in gebouwen en verbouwingen vanaf 2001 worden als volgt afgeschreven: (Op de terreinen wordt niet afgeschreven)

Casco 60 jaar
Afbouw 30 jaar
Inbouwpakket en technische installaties 15 jaar

Op terreinen wordt niet afgeschreven.

Inventaris en apparatuur

De afschrijvingen op inventaris en apparatuur worden naar tijdsgelang vanaf het moment van ingebruikneming van het actief berekend over de aanschaffingswaarden en zijn gebaseerd op de volgende percentages: 

Inrichting   3,33% - 5% - 6,67% - 10%
Apparatuur   10% - 20%
Audiovisuele app.   10% - 16,67% - 20%
Informatica   14,29% - 25%
     

Erfpacht

Het erfpachtrecht van de terreinen aan de Jodenbreestraat, het Markenplein, de Oosterdokskade, het Overhoeksplein en het Waterlooplein is voor 50 jaar afgekocht. De afschrijving wordt vanaf het moment van vestiging van het erfpachtrecht berekend. De afschrijving op erfpacht bedraagt 2% per jaar.

Financiële vaste activa

    31 dec 2025     31 dec 2024        
Aandeel in andere deelnemingen   123     123        

De deelneming betreft ODE Energie B.V., statutair gevestigd te Amsterdam, ingeschreven bij het handelsregister onder nummer 27293417, en handelt om een informele kapitaalstorting aan de B.V. Zij is opgericht ten behoeve van de ontwikkeling van het LTEO-systeem voor het Conservatorium van Amsterdam. Er is hier geen sprake van een deelneming waarin de rechtspersoon invloed van betekenis uitoefent op het zakelijke en financiële beleid.

Overige effecten

    2025         2024  
                 
Boekwaarde begin   1.111         1.044  
                 
Aankopen   431         191  
Verkopen   -415         -182  
Koersresultaat   20         58  
Totaal mutaties   36         67  
                 
Boekwaarde einde   1.147         1.111  
                 

De effecten worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs per balansdatum.
De effecten  staan ter vrije beschikking van de stichtingen.

Vorderingen en overlopende activa

Vorderingen en overlopende activa                          
              31 dec 2025           31 dec 2024
Debiteuren                        
Studenten/Cursisten             221           221
Voorziening dubieuze debiteuren             -32           -48
Overige debiteuren             142           135
              330           308
                           
Belastingen en premies soc.verzekeringen        
Dividendbelasting             20           16
              20           16
Overige vorderingen                        
Vooruitbetaalde kosten             824           1.057
Te ontvangen bedragen             341           553
Waarborgsom             109           110
Voorschotten             35           48
Overige             24           9
              1.333           1.777

Liquide middelen

Liquide middelen                          
              31 dec 2025           31 dec 2024
Rekening-courant                      
Rekening-courant Rabobank             295           454
Rekening-courant Bunqbank             414           404
Schatkistbankieren             18.872           30.124
              19.582           30.981
                           
Deposito Schatkistbankieren             10.000           0
                           
Kasgelden             10           11
                           
Gelden onderweg             -2           0

De direct opeisbare tegoeden bij de bankinstellingen bedragen 2025 K€ 29.582 (2024: K€ 30.981).

Groepsvermogen

Het eigen vermogen wordt in de toelichting bij de enkelvoudige balans nader toegelicht.

Eigen vermogen                          
    Algemene reserve     Best.-reserve (publiek)   Best.-reserve (privaat)   Best. fonds (privaat)       Totaal
Boekwaarde 1 januari 2024   13.000     71.875   2.293   976       88.144
                           
Resultaat boekjaar   -700     -471   19   -29       -1.181
Overige mutaties                         0
                           
Totaal mutaties   -700     -471   19   -29       -1.181
                           
Boekwaarde einde   12.300     71.404   2.312   947       86.963
                           
    Algemene reserve     Best.-reserve (publiek)   Best.-reserve (privaat)   Best. fonds (privaat)       Totaal
Boekwaarde 1 januari 2025   12.300     71.404   2.312   947       86.963
Resultaat boekjaar   -3.139     1.342   21   -29       -1.805
Overige mutaties   21         -21           0
                         
Totaal mutaties   -3.118     1.342   0   -29       -1.805
                         
Boekwaarde einde   9.182     72.746   2.312   918       85.158

Voorzieningen

Personeelsvoorzieningen                          
    Voorz. Wacht-gelden     Voorz. Ambts-jubilea   Voorz. Sociaal beleid   Voorz. DI-uren   Voorz. WS-uren   Totaal
                           
Boekwaarde begin   298     397   7   176   1.645   2.523
                         
Dotatie   652     59           63   774
Onttrekkingen   -347     -41   -6           -394
Vrijval         -3       -176       -179
Oprenting                         -3
Totaal mutaties   305     15   -6   -176   63   201
                         
Boekwaarde einde   603     412   1   0   1.708   2.724
          Kortlopend   Langlopend   Langlopend   Totaal
          < 1 jaar   1 jr < 5 jr   > 5 jaar    
Voorziening wachtgelden         465   138   0   603
Voorziening ambtsjubilea         58   184   170   412
Voorziening sociaal beleid         1   0   0   1
Voorziening WS-uren         506   872   330   1.708
Totaal         1.030   1.194   500   2.724
              31 dec 2025       31 dec 2024
                           
Vooruitontvangen bedragen                          
Vooruitgefactureerde college -en cursusgelden             4.771           4.767
Vooruitontvangen subsidiegelden             1.104           730
Overige vooruitontvangen bedragen             272           288
              6.147           5.784
Schulden aan leveranciers en handelskredieten                          
Crediteuren             1.686           1.646
              1.686           1.646
Belastingen en premies sociale verzekeringen te betalen                          
Te betalen omzetbelasting             137           92
Onroerendzaakbelasting             1           184
Loonheffing             3.460           2.971
              3.598           3.247
                           
Schulden ter zake van pensioenen                          
Pensioenen             911           819
              911           819
                           
Overige schulden                          
Te betalen vakantiegeld en - dagen             2.506           2.418
Te betalen salarissen             1           254
Nog te betalen kosten             1.535           1.328
Nog te betalen waarborg leerlingen             63           67
Te betalen IND leges             0           1
Overige schulden             0           36
              4.105           4.103

Vooruit ontvangen college- en cursusgelden
Op basis van de RJ-richtlijnen dient alleen het door de student daadwerkelijk vooruitbetaald collegegeld voor de periode januari tot en met augustus 2026 als vooruit ontvangen collegelden te worden verantwoord.

Vakantiegeld/vakantiedagen
Dit betreft de verschuldigde vakantietoeslag over de periode juni tot en met december 2025. Tevens is hier de verplichting i.h.k.v. niet opgenomen vakantiedagen opgenomen.

Model G. Verantwoording subsidies 

G1. Subsidies waarbij het eventueel niet aangewende deel van de subsidie, mits de activiteiten volledig  zijn uitgevoerd, kan worden besteed aan andere activiteiten waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

Omschrijving Toewijzing De activiteiten zijn ultimo verslagjaar conform de subsidiebeschikking geheel uitgevoerd en afgerond
  Kenmerk Datum Status *
Lerarenbeurs 414870-1 20-08-2024 JA
Lerarenbeurs 175995 08-05-2025 Onderhanden
Open Leermateriaal 2023 IOL230030 12-02-2024 Onderhanden
   
    * onderhanden = de subsidie loopt nog conform de subsidieverplichtingen            
      JA = de subsidie is afgerond conform subsidieverplichtingen            
      NEE = de subsidie is afgerond in strijd met de subsidieverplichtingen            

G2A. Subsidies die uitsluitend mogen worden aangewend voor het doel waarvoor de subsidie is verstrekt, aflopend per ultimo verslagjaar. 


Omschrijving Toewijzing Bedrag van de toewijzing Ontvangen t/m vorig verslagjaar Totale subsidiabele kosten t/m vorig verslagjaar Saldo per 1 januari verslagjaar Ontvangen in verslagjaar Subsidiabele kosten in verslagjaar Saldo per 31 december verslagjaar
  Kenmerk Datum              
Npuls Center for teaching and learning CTL240030 03-04-2025  € 500.000   € -   € -   € -   € 166.667   € 14.076   € 152.590 
    Totaal:  € 500.000   € -   € -   € -   € 166.667   € 14.076   € 152.590 

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

Huur 

Dit beteft:

  • De huurovereenkomst ten behoeve van de Q-factory van het Conservatorium van Amsterdam tot en met juli 2027, jaarlijks K€ 433; 
  • De huurovereenkomst Distelweg ten behoeve van de Breitner Academie tot 31 december 2026, jaarlijks K€ 83;
  • De huurovereenkomst met Rijksvastgoedbedrijf ten behoeve van de huur van diverse ruimten op het Marineterrein te Amsterdam. Jaarlijks ca K€ 243. 
  • Ruimte MT 027E ten behoeve van VR Academie tot en met 31 december 2031;
  • Ruimte MT 023 ten behoeve van Makerspace tot en met 31 december 2031;
  • Ruimte MT 027G ten behoeve van Art & Society Development Office tot en met 31 december 2031;
  • Ruimte 024B ten behoeve van het AHK Learning Lab tot en met 31 december 2031.
  • De huurovereenkomst met Ymere ten behoeve van ateliers tot en met 31 juli 2026. Jaarlijks ca K€ 37.
  • De huurovereenkomst met Mettalized ten behoeve van de huur van het pand voor de NBA Nic. Tetterodestraat te Amsterdam tot en met 31 december 2042. Jaarlijks ca K€ 358.
  • De huurovereenkomst met Universal Investment ten behoeve van de huur van de parkeergarage, fietsenstalling en technische ruimte op de Jodenbreestraat en de Valkenburgerstraat tot en met 28 februari 2027, jaarlijks K€ 39.


Er is geen sprake van een verplichting tot herstel na afloop van het gebruik van de gebouwen.  

Diensten  

Dit betreft:

  • Het schoonmaakcontract voor alle panden van de hogeschool tot en met februari 2027, jaarlijks ca K€ 1.187. 
  • Het onderhoudscontract voor de gebouwinstallaties van de panden van de AHK tot 14 april 2026, jaarlijks ca K€ 560.
  • Het contract met betrekking tot de glasbewassing tot en met 31 maart 2026, jaarlijks ca K€ 107. 
  • De overeenkomst voor het virtueel data center van de ICT diensten van de hogeschool tot mei 2026, jaarlijks ca K€ 86.
  • Het leasecontract met betrekking tot de multifunctionele afdrukapparatuur tot en met 31 oktober 2030, jaarlijks ca K€ 64.  
  • De overeenkomst voor het studenteninformatiesysteem is tot en met 31 augustus 2026,  jaarlijks ca K€ 132.  
  • De overeenkomst voor telefonie bestaat uit internet en redundant netwerk en is tot en met 31 augustus 2026,  jaarlijks ca K€ 85.
  • De contract voor hygiënemiddelen voor alle panden van de AHK is tot en met 28 februari 2027, jaarlijks ca K€ 102.
  • De licentie- en supportovereenkomst met Spend Cloud is tot en met 8 juli 2027, jaarlijks ca K€ 66.
  • De overeenkomst voor Identity Access Management is tot en met 31 maart 2027, jaarlijks ca K€ 191.
  • De overeenkomst voor publieke website is tot en met 1 november 2028, jaarlijks ca K€ 174.



Energie

  • De hogeschool heeft een overeenkomst voor het verbruik van gas tot december 2029. De verplichting is een schatting van de te maken kosten op basis van verbruik in het verleden. Het kan jaarlijks K€ 286 bedragen.
  • De hogeschool heeft een overeenkomst voor het verbruik van elektriciteit tot december 2029. De verplichting is een schatting van de te maken kosten op basis van verbruik in het verleden. Het kan jaarlijks k€ 707 bedragen.
  • Voor het verbruik van warmte en koude voor het gebouw Oosterdokskade is een overeenkomst afgesloten. Deze tarieven zijn gekoppeld aan de tarieven van stadwarmte Amsterdam. De kosten kunnen jaarlijks k€228 bedragen.
  • Voor de gebouwen aan het Markenplein, Overhoeksplein en Jodenbreestraat zijn meerjarige overeenkomsten afgesloten voor de levering van energie uit stadswarmte (jaarlijks ca K€ 154).
  • Voor het Overhoeksplein is een meerjarige overeenkomst voor de levering van koude leverantie. Deze overeenkomst loopt tot en met 31 december 2029 en de jaarlijkste kosten bedragen ca K€ 13.

Ver- en nieuwbouwprojecten

De hogeschool heeft met diverse leveranciers voor de lopende verbouw -en/of  nieuwbouwprojecten overeenkomsten gesloten.

Meerjarige verplichtingen

Categorie   < 1 jaar     1 jr < 5 jr   > 5 jaar   Totaal
Huur   1.178     2.914   6.201   10.293
Diensten   2.710     1.239   0   3.949
Energie   1.388     3.412   1.827   6.627
Totaal   5.276     7.565   8.028   20.869

Toelichting op de geconsolideerde staat van baten en lasten over 2025

(Bedragen x € 1.000)

      2025       2024
Baten              
Rijksbijdragen     84.801       82.463
Overige overheidsbijdragen en subsidies     1.652       1.222
College -en cursusgelden     10.182       9.138
Opbrengst Werk i.o.v. Derden     1.497       1.436
Verhuur Onroerende Zaken   186       186  
Overige Opbrengsten Inzake Personeel   71       90  
(Studenten)bijdragen in de Leermiddelen   593       594  
Diverse Overige Baten   481       670  
Schenkingen   355       314  
Sponsoring   67       18  
Overige baten     1.752       1.872
    99.884       96.132
               
               
Personeelslasten     79.343       75.197
               
Lonen en salarissen              
Bruto lonen en salarissen     68.467       63.391
Ontvangen ziekengeld     -375       -421
Ontvangen loonsubsidies     1       4
Dotaties/Vrijval Personele Voorzieningen     537       255
      68.630       63.230
Uitsplitsing              
Brutolonen en salarissen     53.646       49.864
Sociale lasten     7.269       6.676
Pensioenpremies     7.552       6.851
Totaal lonen en salarissen     68.467       63.391
               
Overige personeelskosten              
Kosten ARBO     193       181
Personeel niet in loondienst     9.249       10.314
Werving en selectie     299       298
Onbelaste vergoedingen     17       18
Opleidingskosten     544       736
Juridische kosten personeel     11       1
Overige personeelskosten     401       418
      10.713       11.967
               
Gemiddeld aantal FTE's              
Personeel binnen primair proces      263         263 
Primair proces - management      41         42 
Ondersteunend personeel      268         261 
Ondersteunend personeel - bestuur en management      58         56 
Totaal      630         622 

Het aantal werknemers dat werkzaam is buiten Nederland is nihil.

Wet normering topinkomens

WNT-verantwoording 2025 Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten 

De WNT is van toepassing op de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. Het voor de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten toepasselijke bezoldigingsmaximum voor het onderwijs is in 2025 €208.000, klasse E, totaal 14 complexiteitspunten.

Aantal complexiteitspunten per criterium:

  •  De totale baten in kalenderjaar 2023 (t-2): 8 complexiteitspunten;
  •  Het aantal bekostigde leerlingen, deelnemers in 2023 (t-2): 2 complexiteitspunten;
  •  Het gewogen aantal onderwijssoorten of sectoren: 4 complexiteitspunten.

Totaal aantal complexiteitspunten: 14

1. Bezoldiging topfunctionarissen

1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling

2025      
bedragen x € 1 A. Lekkerkerker D. van Traa C. Visser
Functiegegevens Voorzitter CvB Lid CvB Lid CvB
Aanvang en einde functievervulling in 2025 01/01 – 31/12 01/01 – 14/08 01/09 – 31/12
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,00 0,80 1,00
Dienstbetrekking? ja ja ja
Bezoldiging      
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 169.652  86.747 53.712
Beloningen betaalbaar op termijn 23.051  11.447 7.702
Subtotaal 192.703  98.194 61.413
       
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 208.000  103.031 69.523
       
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Totale bezoldiging 192.703  98.194  61.413 
       
Het bedrag van de overschrijding, en N.v.t. N.v.t. N.v.t.
de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t. N.v.t.
2024        
bedragen x € 1 A. Lekkerkerker D. van Traa    
Functiegegevens Voorzitter/Lid CvB Lid CvB    
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01/01 – 31/12 01/01 – 31/12    
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1,0 1,0    
Dienstbetrekking? ja ja    
Bezoldiging        
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 147.929  145.983    
Beloningen betaalbaar op termijn 23.166  23.144    
Subtotaal 171.094  169.128    
         
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 197.000  197.000    
         
Totale bezoldiging 171.094  169.128     

1c. Toezichthoudende topfunctionarissen

2025    
bedragen x € 1 E.J.F.B. van Huis C. Menso
Functiegegevens Voorzitter Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2025 01/01 - 31/12 01/01 – 31/12
     
Bezoldiging    
Totale bezoldiging 15.895  10.505 
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 31.200  20.800 
     
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 15.895  10.505 
     
Het bedrag van de overschrijding, en N.v.t. N.v.t.
de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t.
     
2024    
bedragen x € 1 J.A. Bruijn C. Menso
Functiegegevens Voorzitter Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01/01 – 13/12 01/01 – 31/12
     
Bezoldiging    
Totale bezoldiging 14.155  9.955 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 28.097  19.700 
     
2025    
bedragen x € 1 A. Ansah A. Kortzorg
Functiegegevens Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2025 01/10 - 31/12 01/01 – 31/12
     
Bezoldiging    
Totale bezoldiging 2.626  10.527 
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 5.243  20.800 
     
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t.
Bezoldiging 2.626  10.527 
     
Het bedrag van de overschrijding, en N.v.t. N.v.t.
de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t.
     
2024    
bedragen x € 1 E.J.F.B. van Huis A. Kortzorg
Functiegegevens Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01/01 – 31/12 01/01 – 31/12
     
Bezoldiging    
Totale bezoldiging 10.030  9.955 
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 19.700  19.700 
2025      
bedragen x € 1 H. Pijlman C. van der Weerdt-Norder  
Functiegegevens Lid Lid  
Aanvang en einde functievervulling in 2025 01/01 - 31/12 01/01 - 31/12  
       
Bezoldiging      
Totale bezoldiging 10.505  10.505   
       
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 20.800  20.800   
       
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t.  
Bezoldiging 10.505  10.505   
       
Het bedrag van de overschrijding, en N.v.t. N.v.t.  
de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t.  
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t.  
       
2024      
bedragen x € 1 H. Pijlman C. van der Weerdt-Norder  
Functiegegevens Lid Lid  
Aanvang en einde functievervulling in 2024 01/01 - 31/12 20/03 - 31/12  
       
Bezoldiging      
Totale bezoldiging 9.978  7.466   
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 19.700  15.448   

2. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT
Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2025 een bezoldiging boven het individueel toepasselijk drempelbedrag hebben ontvangen.

               
      2025       2024
               
Afschrijvingen immateriële vaste activa              
Afschrijvingen licenties     41       33
      41       33
               
Afschrijvingen materiële vaste activa              
Afschrijvingen gebouwen en terreinen     3.472       3.489
Afschrijvingen inventaris     1.923       1.929
Afschrijvingen erfpacht     119       119
      5.514       5.537
               
Huisvestingslasten              
Huur bedrijfshuisvesting     731       658
Overige huurlasten     283       516
Onderhoud huisvesting     1.449       1.446
Energiekosten     1.523       1.609
Schoonmaakkosten     1.499       1.426
Verzekeringskosten onroerend goed     180       189
Gemeentelijke heffingen     335       261
Overige huisvestingskosten     63       150
      6.063       6.254
               
Overige lasten              
Porti     25       33
Drukwerk     207       136
Kantoorbenodigdheden     32       45
Telefoonkosten (vast)     201       228
Contributies en abonnementen     1       5
Kopieerkosten     75       85
Inventariskosten     3.192       3.436
Kosten onderhoud inventaris     200       159
Automatiseringskosten     0       6
Webhostingkosten     37       52
Overige Administratie -en Beheerlasten     4.024       4.040
Leermiddelen     2.575       2.577
Diverse Overige Lasten     917       762
      11.485       11.565
               
Uitsplitsing accountantslasten              
Onderzoek jaarrekening     140       148
Andere controleopdrachten     0       0
Fiscale adviezen     6       7
Andere niet-controlediensten     5       5
Accountantslasten     151       160

Financiële baten en lasten

               
Opbrengsten effecten en vorderingen die tot de vaste activa behoren     29       31
Rentebaten en soortgelijke opbrengsten     755       1.230
Rentelasten en soortgelijke kosten     -48       -45
Waardeverandering vordering vaste activa     20       58
      757       1.274

Gebeurtenissen na balansdatum

Geen

Voorstel tot bestemming van het resultaat over het boekjaar 2025

Het nettoresultaat over 2025 bedraag € k -1.805. Bestemming van het nettoresultaat is als volgt:

(Bedragen x € 1.000)      
       
Onttrekking aan de algemene reserve     -3.139
Toevoeging aan de reserve huisvestingsbeleid     1.342
Toevoeging aan de reserve derde geldstroom     21
Onttrekking aan het bestemmingsfonds (privaat)     -29
      -1.805