Spring naar inhoud

Evaluatie kwaliteitsafspraken 2019-2024

Evaluatie kwaliteitsafspraken 2019-2024

Tussen 2019 en 2024 heeft de AHK extra geld ontvangen van het ministerie van OCW. Dit geld kwam beschikbaar doordat in 2015 de basisbeurs werd afgeschaft. In het voorjaar van 2018 maakten het ministerie van OCW, de Vereniging Hogescholen, universiteitenkoepel VSNU en de studentenorganisaties ISO en LSVb afspraken over hoe dit geld besteed mocht worden. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Sectorakkoord hoger beroepsonderwijs en Investeren in Onderwijskwaliteit – Kwaliteitsafspraken 2019-2024. In deze eindevaluatie kijkt de AHK terug op hoe het geld in die periode is ingezet. Daarbij wordt gereflecteerd op basis van twee criteria die zijn opgesteld door de NVAO:

  1. Heeft de AHK haar plannen voor 2019-2024 voldoende uitgevoerd, waarbij rekening is gehouden met de inspanningen en eventuele onvoorziene omstandigheden?
  2. Zijn de medezeggenschap en andere betrokkenen goed meegenomen tijdens de uitvoering van het plan?

Totstandkoming plannen

In juni 2018 heeft de AHK van het ministerie te horen gekregen welke bedragen gemoeid zijn met de middelen die de AHK ontvangt in de periode 2019 – 2024. Deze bedragen zijn besproken met directies, Raad van Toezicht en de Hogeschoolraad, en zijn uiteindelijk in een gezamenlijk gekozen vorm verwerkt in de Kaderbrief voor de begroting 2019. In lijn met de besturingsfilosofie van de AHK heeft het CvB ervoor gekozen het grootste deel van de middelen decentraal te besteden, naar rato van de interne middelenverdeling van de AHK. Daarnaast is een deel van het budget gereserveerd voor gezamenlijke projecten.

De AHK heeft in diverse overlegsessies met directeuren van de academies, de Hogeschoolraad en de Raad van Toezicht de prioriteiten van de AHK voor de periode 2019-2024 bepaald. Dit heeft geleid tot een eerste planvorming rond de inzet van de middelen. Uiteindelijk zijn er 62 projectvoorstellen ontwikkeld: vijftig op academieniveau en twaalf gezamenlijke projecten. De projecten zijn naar de inzichten van de AHK verdeeld over de zes thema’s uit het sectorakkoord. Alle ontwikkelde projecten passen binnen de kaders van het AHK Strategisch Plan.

Uitvoering

In het eerste kwartaal van 2019 zijn de projecten die een eenmalige investering vergden en projecten die eerder waren gestart met behulp van de kwaliteitsimpulsmiddelen (de voorinvestering van de hogeschool vooruitlopend op de kwaliteitsafspraken) direct opgestart. Dit waren voornamelijk voorzieningen, zoals ID-Lab, Distelweg en de VRAcademy. Nieuwe projecten waarvan de doelstelling en activiteiten eind 2018 nog niet helder waren of nog nader uitgezocht moeten worden, zijn in het eerste kwartaal van 2019 verder uitgewerkt. Voor veel projecten is in dit eerste kwartaal de lange termijn aanpak verder uitgewerkt en zijn, waar dat nog niet was gebeurd, projectleiders aangesteld. In de loop van 2019 begonnen ook de projecten op stoom te komen die in eerste instantie wat langzamer op gang kwamen. Maar, bijna het gehele onderwijs en daarmee ook veel projecten uit de kwaliteitsafspraken kwamen abrupt tot stilstand door corona.

De coronapandemie heeft een impactvolle uitwerking gehad op de projecten van de kwaliteitsafspraken. Veel projecten liepen vertraging op of kwamen volledig stil te liggen, zoals faciliteiten als de VRAcademy en de MakerSpace. In eerste instantie mocht hiervan, door de maatregelen, helemaal geen gebruikgemaakt worden. Ook het feit dat de AHK door corona in een kort tijdsbestek moest omschakelen naar een volledig online onderwijsprogramma vergde veel van de organisatie, de medewerkers en de studenten, waardoor er in bepaalde gevallen geen ruimte overbleef om de projecten voor de kwaliteitsafspraken volledig draaiende te houden. Anderzijds bood de coronacrisis ook kansen: projecten rondom digitalisering van het onderwijs zijn in een stroomversnelling geraakt en de verbouwing van de onderwijsruimten bij de Reinwardt Academie kon eerder aanvangen en afgerond worden dan was voorzien, omdat de academie leeg stond.

In de eerste maanden na corona hadden de academies de handen vol aan het opstarten van het onderwijs. Maar in de zomer van 2020 konden veel projecten alsnog worden uitgevoerd waardoor de opgelopen achterstand in de loop van 2020 en 2021 bij veel projecten werd ingelopen. De daaropvolgende jaren is door de academies en op centraal niveau volop ingezet om de plannen voor de kwaliteitsafspraken verder te realiseren en de niet besteedde middelen zijn grotendeels ingelopen. In de paragrafen gerealiseerde voornemens en financiën is hier meer inhoudelijke informatie over terug te vinden.

Betrokkenheid medezeggenschap

Omdat de meeste projecten op academieniveau zijn ontwikkeld, heeft het CvB ervoor gekozen de medezeggenschap over die projecten decentraal te beleggen bij de academieraden. Analoog aan de medezeggenschapsstructuur ligt de instemming op de gezamenlijke projecten bij de Hogeschoolraad en daarnaast heeft de HR instemming op het geheel van de kwaliteitsafspraken. Het geheel van de kwaliteitsafspraken is in december 2018 voorgelegd aan de HR. De HR heeft met de voorstellen ingestemd, na advies te hebben gevraagd aan de academieraden. Daarnaast heeft ook de RvT het voorstel goedgekeurd. De RvT heeft bij de instemming erop aangedrongen dat het CvB erop zou toezien dat de middelen daadwerkelijk en tijdig worden besteed. Het CvB en de directies van de academies hebben gedurende de looptijd van de kwaliteitsafspraken ervoor gezorgd dat de medezeggenschap, zowel op centraal als op decentraal niveau, betrokken is geweest bij de monitoring van de voortgang van de projecten.

In het voorjaar van 2019 zijn veel projecten verder uitgewerkt voor de gehele periode en voorgelegd aan de Hogeschoolraad en de academieraden. Gezien de hoge studiedruk en ambities van studenten bleek het in het eerste jaar van de kwaliteitsafspraken niet altijd gemakkelijk om feedback van studenten te ontvangen. Ook de hoge doorloop binnen de raden en de relatief korte tijd waarin alle projectvoorstellen moesten worden opgesteld, zorgden voor wat haken en ogen. Verder was de onderlinge afstemming en de helderheid van de rollen van de verschillende gremia in de beginfase nog niet optimaal. De wens vanuit de raden om meer ruimte voor ondersteuning te creëren, is door het CvB ter harte genomen en alle raden hebben sinds 2019 een ambtelijk secretaris, ondergebracht in Bureau Medezeggenschap. De komst van Bureau Medezeggenschap en het aanstellen van een ambtelijk secretaris voor elke medezeggenschapsraad, hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan de betrokkenheid van de medezeggenschap. De gesprekken gingen daardoor meer over de inhoud en de continuïteit was beter geborgd. Om de raden zo goed mogelijk te ondersteunen, is er een SMART-overzicht ontwikkeld, dat iedere projectleider jaarlijks invult. De directies en het CvB leggen dit overzicht voorafgaand aan de bespreking jaarlijks voor aan de raden, meestal onder begeleiding van een toelichtend memo.

Vanaf 2020 werden de kwaliteitsafspraken een of meerdere keren per jaar geagendeerd op het overleg van directie met de academieraden (AR). Bij sommige academies was de volledige AR betrokken, bij andere academies is per project slechts een deel van de AR betrokken, onder andere door het grote aantal projecten. De volledige AR bleef wel eindverantwoordelijk. Bij een enkele academie is ook de opleidingscommissie betrokken. Het CvB heeft de voortgang van de gezamenlijke projecten jaarlijks met de Hogeschoolraad besproken. Voorafgaand aan de halfjaarlijkse managementgesprekken tussen het CvB en de directies van de academies zijn de begrotingen en de realisaties van alle projecten voorgelegd aan de academieraden. De academieraden rapporteerden jaarlijks in het najaar aan de hogeschoolraad over de mate waarin zij betrokken zijn bij de monitoring van de voortgang van de projecten en of de projecten naar tevredenheid van de medezeggenschap worden uitgevoerd. De academieraden hebben doorgaans positief geoordeeld over het proces, de inhoud en de evaluatie van de projecten.

Eind 2022 is met de centrale medezeggenschap afgesproken dat het bespreken van de kwaliteitsafspraken tussen CvB en HR voortaan eenmaal per jaar zou plaatsvinden in plaats van tweemaal. De meeste projecten zijn goed op stoom en daarnaast verhoogt de verantwoording van de kwaliteitsafspraken de werkdruk. Gezien de toenemende middelen in 2023 en 2024 kwam hiermee meer tijd en ruimte om de projecten verder uit te voeren doordat de verantwoordingsdruk wat verlaagd werd.

In 2023 gaf het CvB een eerste vooruitblik op de mogelijke verdeling van de middelen over de academies en het gezamenlijke deel vanaf 2025 en de betrokkenheid van de medezeggenschap daarbij. Eind 2023 heeft het CvB de HR nader geïnformeerd over de planning van de eindevaluatie van de kwaliteitsafspraken, de wijze waarop de AHK de invulling van de middelen vanaf 2025 wil gaan vormgeven en op welke wijze de medezeggenschap hier inspraak in heeft. In 2024 is dit verder afgestemd met de Hogeschoolraad.

In de loop van 2023 werd bekend dat de AHK de middelen vanaf 2025 structureel ontvangt. Daarom is er voor gekozen om eind 2023 een uitgebreidere evaluatie uit te voeren. In deze evaluatie werd voor ieder project de gehele periode 2019-2023 geëvalueerd en werd er daarnaast vooruit gekeken naar de periode vanaf 2025. Verder heeft elke academie, en het CvB voor het gezamenlijke deel, een reflectie geschreven waarin beschreven werd hoe de projecten hebben bijgedragen aan de kwaliteit van het onderwijs en hoe de medezeggenschap de afgelopen jaren betrokken is geweest. Deze evaluaties hebben belangrijke input geleverd voor de besluitvorming in 2024 over de invulling van de middelen vanaf 2025, ook dit is afgestemd met de medezeggenschap.

Eind 2024 hebben alle academies nog een keer gereflecteerd op de evaluatie van 2023, voornamelijk door te beoordelen of daarin grote veranderingen zijn geweest. Bij alle academies was dat niet of nauwelijks het geval; de projecten liepen over het algemeen door zoals eind 2023 was voorzien.

Evaluatie projecten

Om de voortgang van de projecten goed te monitoren, zijn de projecten zowel in kwalitatieve als in kwantitatieve zin geëvalueerd. Al in 2019 is door de afdeling Onderwijs (destijds afdeling Kwaliteit, communicatie en beleid) voor elk project een voorstel gedaan op welke wijze de projecten het beste geëvalueerd kunnen worden. De meeste academies hebben hieraan invulling gegeven, veelal door het evalueren van de kwaliteitsafspraken in te bedden in de bestaande evaluatiesystematiek. In vakevaluaties zijn er vaak vragen toegevoegd die betrekking hebben op de kwaliteitsafspraken en in blok- en programma-evaluaties zijn de kwaliteitsafspraken vaak toegevoegd als extra onderdeel. De Nationale Studenten Enquête (NSE), waaraan de AHK sinds 2019 jaarlijks deelneemt, is een belangrijk instrument voor de monitoring van de voortgang van de projecten en de tevredenheid van studenten daarmee. Ook zijn de diverse trainingen die vanuit de kwaliteitsafspraken werden aangeboden aan docenten en ondersteuners kwalitatief en kwantitatief geëvalueerd. Bij veel projecten zijn de gebruikersaantallen geïnventariseerd en zijn de kwaliteitsafspraken een terugkerend onderwerp bij groepsgesprekken met studenten. De gesprekken met de medezeggenschap vormen daarnaast een belangrijke bron van informatie over de voortgang van de kwaliteitsafspraken.

Gerealiseerde voornemens naar sectorakkoord

Het totaal van de projecten is een logische verdeling over de zes thema’s van het sectorakkoord. Hieronder worden de verschillende projecten en de gerealiseerde voornemens per thema van het sectorakkoord beschreven.

Onderwijsintensiteit

De onderwijsintensiteit bij de AHK was voorafgaand aan de kwaliteitsafspraken reeds zeer hoog. Daardoor waren er slechts beperkte mogelijkheden om het onderwijs verder te intensiveren. Dit is dan ook het thema uit het sectorakkoord waar relatief weinig projecten voor zijn geïnitieerd. Meegewogen heeft ook dat veel studenten bij de AHK een hoge studiedruk ervaren, een risico van verdere intensivering is dat de studiedruk verder verhoogd zou worden. Om die reden zijn bij ongeveer de helft van de academies geen middelen aan dit thema besteed, en ook binnen de gezamenlijke projecten is hierin slechts beperkt geïnvesteerd.

Bij het Conservatorium van Amsterdam (CvA) hebben studenten de mogelijkheid gekregen om hun programma verder te personaliseren. Er zijn meer uren gekomen voor individuele begeleiding bij het hoofdvak en studenten die dat wensen kunnen een dubbel hoofdvak volgen. Dit was een belangrijke wens van studenten, maar vóór de kwaliteitsafspraken waren er geen middelen om dit te realiseren. De kwaliteitsafspraken hebben een belangrijke bijdrage geleverd om echt maatwerk te bieden aan studenten. Bij de Breitner Academie (BA) zijn de groepen bij de beeldende vakken verkleind, ook dit is vanaf het eerste moment van de kwaliteitsafspraken onmisbaar. Studenten krijgen hiermee veel intensievere begeleiding.

Bij de totstandkoming van de kwaliteitsafspraken is afgesproken met de toenmalige directeur van het CvA dat een van de gezamenlijke projecten voornamelijk ten goede zou komen aan het CvA zelf. Dit omdat de verwachting van tevoren was dat de studenten van het CvA over het algemeen genomen minder gebruik zullen maken van de gezamenlijke projecten. Deze extra middelen voor het CvA zijn gebruikt om het academie-project Intensivering van het onderwijs verder te versterken. Desondanks hebben meer CvA-studenten dan verwacht de weg gevonden naar de gezamenlijke projecten. 

De voornemens zijn in grote lijnen gerealiseerd. De middelen binnen dit sectorakkoord, zijn grotendeels ingezet voor extra fte’s voor docenten en daarmee is de voorgenomen onderwijsintensivering gerealiseerd. Hierin zijn binnen de periode van de kwaliteitsafspraken nauwelijks veranderingen geweest, veel van deze projecten waren ook al gestart met de kwaliteitsimpulsmiddelen. Wel is gemerkt dat er ook een limiet is aan de uitbreiding die gegeven kan worden aan docenten, omdat de werkdruk daarmee verder wordt vergroot.

Begeleiding van studenten

Het verder verbeteren van de begeleiding van studenten is een belangrijk speerpunt geweest binnen de kwaliteitsafspraken van de AHK. Bijna alle academies hebben dan ook projecten ontwikkeld en uitgevoerd om de begeleiding van de studenten verder te verbeteren. Deze projecten zijn divers van aard, maar grofweg te onderscheiden in twee categorieën: inhoudelijke begeleiding en persoonlijke begeleiding. De inhoudelijke begeleiding heeft als doel studenten beter te ondersteunen tijdens hun studentencarrière. Zo worden bij de BA de stagescholen vaker bezocht. Hierdoor krijgt de opleiding een beter beeld van het functioneren van de student en krijgen de stagescholen een beter beeld van de opleiding. Bij Academie van Bouwkunst (AvB) is de begeleiding van de praktijkcoaches uitgebreid, zodat zij vaker werkbezoeken kunnen afleggen bij de bureaus waar de studenten werken. Studenten van de AvB werken vier dagen in de praktijk en volgen één dag onderwijs, een goed contact met het werkveld is daarom essentieel. Bij het CvA kregen alle studenten een mentor en een studiecoach, waar dat voorheen alleen op afroep was.

De voornemens binnen de onderwijsinhoudelijke projecten zijn goed gerealiseerd, mede doordat die wensen al langer leefden en de projecten over het algemeen al opgestart waren vanuit de studievoorschotmiddelen. Bij die academies was de begeleiding een lang gekoesterde wens van zowel de studenten als de medewerkers en dat heeft in de praktijk waardevol uitgepakt.

De projecten die gerelateerd waren aan persoonlijke begeleiding hebben soms een wat hobbelig verloop gekend. Dit had meerdere oorzaken. Corona heeft grote impact gehad, maar ook de veranderingen in de samenleving in het algemeen en de uitdagingen waarmee studenten op persoonlijk vlak mee te maken hebben, zorgden ervoor dat projecten tussentijds bijgestuurd moesten worden. Zo werden de uren voor de studentencoach de afgelopen jaren verder uitgebreid en werd er een groot onderzoek uitgevoerd naar sociale veiligheid omdat dit thema steeds meer aandacht kreeg binnen de instelling. Op het gebied van begeleiding moesten de academies op sommige punten echt nieuwe wegen verkennen, zo startte de Nederlandse Filmacademie (NFA) een buddy-project waarbij eerstejaars gekoppeld werden aan ouderejaars. Dit bleek een te kunstmatige manier om nieuwe studenten te begeleiden. Bij de Academie voor Theater en Dans (ATD) is gebleken dat studentenwelzijn meer vanuit een holistisch perspectief benaderd kan worden, waarin zowel de fysieke als de mentale gezondheid meegenomen wordt. Tijdens de uitvoering van de projecten werd duidelijk dat het versterken van de mentale gezondheid bijdraagt aan beter functioneren van studenten in het onderwijs en aan hun persoonlijke ontwikkeling.

Bij de start van de kwaliteitsafspraken waren de voornemens op het gebied van persoonlijke begeleiding nog niet helemaal uitgekristalliseerd. Soms is gestart met een pilotfase. Zo was het voornemen bij het gezamenlijke project Studentenwelzijn om een AHK-breed zorgadviesteam in te richten, maar het werd in de pilotfase al snel duidelijk dat de wensen van de verschillende academies dusdanig ver uiteenliepen dat dit project een andere invulling heeft gekregen, zoals het hierboven genoemde onderzoek naar sociale veiligheid en de centrale studentencoach. Ook het ATD-project rond zorg-advies is tussentijds enkele keren bijgestuurd. Het is gebleken dat de wensen van studenten rondom persoonlijke begeleiding aan verandering onderhevig zijn, in de huidige tijdsgeest sterker dan in voorgaande jaren. De mogelijkheid om hier, in goed overleg met de medezeggenschap, op in te spelen, is waardevol gebleken.

Overall kan geconcludeerd worden dat de voornemens voor de persoonlijke begeleiding in grote lijnen zijn behaald, maar in tegenstelling tot de meeste andere thema’s uit het sectorakkoord is meer bijsturing nodig geweest.

Studiesucces

Een belangrijk speerpunt van de AHK is een inclusievere onderwijsinstelling te worden en mede daardoor toegankelijker te worden voor iedereen die hier wil studeren of werken. Daarnaast wil de AHK alle studenten zoveel mogelijk kansen en mogelijkheden bieden om hun studie met succes te doorlopen. Zowel bij de ATD als bij het CvA zijn projecten opgestart om de vooropleidingen verder te versterken. Bij de ATD is er onder andere een dependance gestart in Almere, mede gesubsidieerd door de gemeente Almere. Dit was aanvankelijk succesvol, maar helaas heeft de gemeente Almere de subsidie stopgezet en moest de ATD de dependance sluiten. In brede zin is de vooropleiding geïntensiveerd: studenten worden beter begeleid en daarmee voorbereid op de bachelor. In 2024 zijn alle studenten van de vooropleiding aangenomen op een dansopleiding (binnen en buiten de AHK) en doorlopen de studenten die de vooropleiding hebben gevolgd relatief gemakkelijk het bachelorprogramma.

Bij het CvA is de vooropleiding uitgebreid. Vóór de kwaliteitsafspraken was de vooropleiding alleen voor studenten Klassiek, die is nu uitgebreid naar de andere afdelingen. Daarnaast was een speerpunt van het CvA om de aansluiting met het werkveld verder te verbeteren. Na de pandemie heeft het CvA het merendeel van deze middelen ingezet om studenten die door de pandemie weinig podiumervaring konden opdoen die ervaring alsnog te bieden. Deze evenementen waren precies gepland op het moment dat de sector weer openging en er talloze inhaalconcerten plaatsvonden. Dit leverde dus weinig aanmeldingen op. Hoewel deze ontwikkeling onvoorzien was, realiseerde het CvA zich dat zij onvoldoende contact heeft gehouden met de doelgroep.

Bij de Reinwardt Academie (RWA) is met verschillende deelprojecten geprobeerd het studiesucces in de bachelor te vergroten en de uitval te verlagen. Onder meer door een studiekeuzecheck in te voeren, meeloopdagen te organiseren, de managementinformatie te verbeteren, waardoor meer inzicht is ontstaan in het rendement van de studenten en zijn langstudeerders intensiever begeleid. Veel van deze deelprojecten zijn mede door corona tussentijds bijgesteld; zo zijn de matchingsdagen online gesprekken geworden en dat is zo gebleven. De meeloopdagen werden een online Q&A, die later geïntegreerd werd in de open dagen.

Veel projecten binnen dit sectorakkoord zijn ingezet om de diversiteit en inclusiviteit te versterken, zowel bij de academie- als de gezamenlijke projecten. Zo zijn er lessen taalvaardigheid ingevoerd, met Nederlandse lessen aan internationale studenten en docenten en met aparte lessen aan Nederlandse studenten met een taalachterstand. Daarnaast werd Engelse les aangeboden aan studenten en medewerkers. Die lessen zijn waardevol gebleken en worden tot op de dag van vandaag aangeboden. Ook is er een lector Social Justice and Diversity in the Arts aangesteld. De ontwikkelfase waarin het precieze onderwerp van het lectoraat werd vastgesteld, heeft langer geduurd, evenals het opstellen van profiel. Het lectoraat heeft na het vertrek van de nieuw aangestelde lector een herstart gemaakt. Verder organiseerde de programmacommissie AHK Circles Diversiteit en Inclusie verschillende evenementen rond het thema diversiteit en inclusie en heeft de AHK een diversiteitsscan uitgevoerd voor een goede nulmeting. Ook zijn er trainingen en keuzevakken rondom dit thema georganiseerd.

De voornemens binnen dit thema van het sectorakkoord zijn grotendeels behaald; de doorstroom van de vooropleidingen naar de reguliere bachelors is ongekend hoog, een steeds diversere studentenpopluatie weet de weg naar de opleidingen van de AHK te vinden en diversiteit en inclusie staan overal hoog op de agenda. De voornemens van de projecten die bestemd waren om het studiesucces te vergroten, zijn met de nodige aanpassingen geslaagd, maar hebben niet overal zoals gehoopt geleid tot een significante verbetering van het studiesucces. Zo is de uitval bij de RWA nog steeds aan de hoge kant en blijkt het weerbarstiger dan gedacht om die met een aantal ingrepen naar beneden te krijgen.

Onderwijsdifferentiatie

Studenten van de AHK hebben aangegeven behoefte te hebben om meer interdisciplinair met elkaar samen te werken en elkaar te ontmoeten. De projecten binnen het thema Onderwijsdifferentiatie hebben da ook voornamelijk op het gezamenlijke niveau plaatsgevonden. Vier van deze projecten -Brandt!, Kunst Algemeen, Kunst in Europa en Art Advocacy- zijn academie-overstijgende, facultatieve projecten geweest voor alle studenten van de AHK of in een enkel geval, alleen voor studenten van de docentopleidingen. De lezingenserie Kunst in Europa zou in eerste instantie live plaatsvinden, maar werd door corona een online lezingenserie. De serie trok tegen de verwachting in een groot publiek. Daarentegen trok Art Advocacy, een soort zomergasten-achtige serie met presentator Ozkan Akyöl slechts een beperkt publiek ondanks de sterke inhoud. In de gesprekken met de medezeggenschap blijkt dat een groot deel van de studenten en medewerkers van de AHK niet op de hoogte is van het bestaan van deze activiteiten, ondanks dat we dit zowel online als offline intensief hebben gecommuniceerd. Niet alleen bij deze projecten, maar ook in andere context blijkt het soms lastig om met name studenten goed te bereiken. Daarnaast ervaren studenten veel studiedruk en komen dit soort activiteiten bovenop een al erg vol programma waardoor studenten niet deelnemen. Het project Ondernemerschap biedt in de vorm van onder andere workshops in het AHK Starterscafé een laagdrempelig aanbod om kennis te maken met alle facetten van het ondernemerschap. Het voorgenomen aparte aanbod voor alumni is gedurende het project losgelaten omdat dit niet kostendekkend te organiseren was. Recent afgestudeerden zijn wel welkom bij de workshops van het AHK Starterscafé. De deelnemersaantallen aan de workshops zijn goed en in lijn met de voornemens.

In 2019 is besloten om een deel van de middelen te reserveren voor projecten die geïnitieerd zijn door de medezeggenschap. Hiermee werd de betrokkenheid van de medezeggenschap vergroot. Bij het maken van de plannen kregen ook toekomstige studenten die nog niet aan de AHK studeerden inspraak in wat er met de middelen gebeurt. Hier zijn de academieraden op verschillende manieren mee omgegaan. Enkele academieraden hebben in goed overleg met de directie besloten om de middelen te plussen bij de al bestaande projecten. Andere raden hebben hun directie voorstellen gestuurd, die in de meeste gevallen zijn overgenomen. Dit waren veelal verfrissende ideeën. Hier moet wel opgemerkt worden dat dit extra werkbelasting opleverde voor de raden.

Bij de ATD hebben enkele studenten jaarlijks de kans gehad zich voor te bereiden op een promotietraject, het jaarlijks voorgenomen aantal studenten is behaald en veel van hen zijn ook daadwerkelijk begonnen aan een promotietraject. Bij AvB zijn meerdere deelprojecten uitgevoerd om het binnenschools curriculum aan te passen en met een aantal aanpassingen is dit een succesvol project gebleken.

De AHK is tevreden over het bereiken van de voornemens binnen dit thema uit het sectorakkoord.

Docentprofessionalisering

Het kleinste deel van de kwaliteitsmiddelen is aan het thema Docentprofessionalisering van het sectorakkoord besteed. Binnen dit thema was het grootste project professionalisering van docenten op het gebied van onderzoek. Jaarlijks ontvingen alle lectoraten een bijdrage om hun docenten te professionaliseren. Docenten volgende verschillende sessies op het gebied van onderzoek. Daarmee is hun betrokkenheid bij het onderzoek dat aan de AHK wordt uitgevoerd, vergroot en kunnen zij (nog beter) de studenten onderzoeksvaardigheden bijbrengen. De meeste lectoraten hebben dat jaarlijks gedaan, andere spaarden de middelen op om één keer professionalisering aan te kunnen bieden aan een grotere groep docenten of kozen ervoor om één groep intensiever te professionaliseren. Verder zijn op twee academies projecten binnen dit thema aangeboden, gericht op het professionaliseren van docenten. De projecten waren deels gericht op de meer formele kant van professionalisering, zo hebben bij de NFA docenten de Basiskwalificatie Didactische Bekwaamheid gevolgd waardoor docenten naast het gesprek over ‘film maken’ ook het gesprek over onderwijs, didactiek en coaching kunnen voeren. Bij de ATD hebben veel docenten bias-trainingen en de fair practice-module gevolgd. Enkele docenten van de master Kunsteducatie hebben de mogelijkheid gekregen om hun onderzoek te presenteren op een conferentie in Lissabon.

Concluderend zijn dit relatief kleine projecten geweest, waarbij de voornemens zijn gerealiseerd.

Faciliteiten

Het grootste gedeelte van de middelen wordt besteed aan onderwijsfaciliteiten. Belangrijk daarbij zijn de verschillende gerealiseerde faciliteiten voor de gehele AHK-community op het Marineterrein. De belangrijkste zijn de MakerSpace en de VRAcademy. De MakerSpace is een werkplaats waar studenten met high-end faciliteiten kunnen werken, zoals een laser cutter, 3D-printer. De VRAcademy is een VR-lab. Beide faciliteiten worden door studenten van alle academies ontzettend goed gebruikt en zijn in de loop der jaren going concern van de AHK geworden. Dit geldt ook voor het online video-platform Kaltura, waarmee studenten media kunnen creëren, uitzenden en opslaan. Binnen het gezamenlijke project Digitalisering zijn deels modules ontwikkeld voor de hybride variant van Amsterdam Electronic Music Academy (AEMA) en daarnaast is de Taskforce manager digitalisering hieruit betaald. Dit is een andere invulling dan het oorspronkelijke plan waarin de middelen bestemd waren voor CvA-online en de ervaringen die hiermee opgedaan werden, zouden gedeeld worden met andere gremia van de AHK.

Bij meerdere academies hebben verbouwingen plaatsgevonden en zijn faciliteiten vernieuwd. Enkele van deze projecten zijn tijdens corona in een stroomversnelling gekomen; gebouwen stonden leeg waardoor bijvoorbeeld de verbouwing bij de RWA om leer- en werkplekken te verbeteren, eerder kon starten. Bij de ATD is al langer een ruimtetekort en zijn de middelen onder andere ingezet om extern studio’s te huren. Op het moment dat de 1,5-meter maatregel van kracht werd, boden deze extra studio’s wat meer mogelijkheden om het onderwijs door te laten gaan. Ook zijn er bij de ATD nieuwe keukenruimtes gerealiseerd, net als ruimtes om uit te rusten en geconcentreerd te kunnen studeren of werken. Daarnaast is de afdeling Theatertechniek ondersteund met een extra technicus, waar zowel studenten als medewerkers al langere tijd behoefte aan hadden. Bij de NFA zijn geluidsstudio’s gerealiseerd en is er veel ingezet op het digitaal aanbieden van onderwijs. Bij de BA is een extra atelierruimte gehuurd.

Alle projecten binnen dit thema zijn conform de voornemens gerealiseerd, met af en toe beperkte aanpassingen. De aanpassingen zijn voornamelijk door de nieuwe inzichten na corona waarin meer onderwijs online wordt gegeven en er bijvoorbeeld meer behoefte is aan ruimtes om online te kunnen vergaderen.

Financiën

Financiële verantwoording 2019-2024

(bedragen x €1.000)

Thema Realisatie 2019- 2024
1. Onderwijsintensiteit 4.404
2. Meer en betere begeleiding van studenten 5.266
3. Studiesucces/ toegankelijkheid 6.191
4. Onderwijsdifferentiatie 2.151
5. Passende en goede onderwijsfaciliteiten 7.733
6. Verdere professionalisering van docenten 1.638
7. Overig 1.153
Totaal 28.536
Rijksbijdrage 30.195

In bovenstaande tabel is de financiële realisatie van 2019 tot en met 2024 naar thema uit het sectorakkoord te zien. Er is hierop al een inhoudelijke toelichting gegeven bij de beschrijving van de thema’s uit het sectorakkoord. In thema 7 is de post Overig opgenomen. Deze omvat onder andere een project bij de Nederlandse Filmacademie dat bestaat uit meerdere deelprojecten die elk aansluiten bij verschillende thema’s van het sectorakkoord. Ook zijn de middelen opgenomen die bestemd zijn voor de medezeggenschap en die meerdere thema’s bestrijken. In totaal is ongeveer 5% van de middelen niet besteed, dit betreft met name afschrijvingen die doorlopen na 2024 en enkele projecten die enige uitloop hebben.

Met veel tevredenheid kijkt de AHK terug op deze besteding, zeker omdat er in de eerste jaren mede door corona een onderbesteding was. Met name de laatste twee jaar zijn veel projecten echt op stoom geraakt en zijn de middelen nagenoeg allemaal besteed.